Phnom Penh & Kep
02 aug. 2012
🇰ðŸ‡
vanuit Cambodja
Killing Fields, 'Robinson Crusoe meets Indiana Jones' en een fortuneteller.
Eerste avond in Cambodia een Australische en Amerikaan ontmoet bij een expat restaurant. Vooral die laatste bleek enorm interressant! Hij had 10 jaar lang over de hele wereld gereisd en kon daar mooi over vertellen. Goede bron van informatie, hoewel ietwat gedateerd. Praten kon ie goed, maar luisteren... Dat heeft hij denk ik onderweg vergeten mee te nemen.
Volgens mij is dat gebrek overigens cultureel bepaald. God bless America.
Na mijn oren even ter ruste te hebben gelegd, ben ik de volgende dag meteen naar de ambassade van Laos gegaan voor een visum. Het was me namelijk niet duidelijk of je die aan de grens kon krijgen of vantevoren moest regelen. Zodoende het zekere voor het onzekere genomen en maar weer eens wat geld over de balk gegooid. Achteraf hoorde ik van iemand dat het waarschijnlijk wel mogelijk was bij de grens. Maar ja, daar was ik niet meer mee geholpen. What's done is done.
Tussen de aanvraag en het ophalen zat nogal wat tijd, die ik heb weten te doden met een bezoek aan het 'Royal Palace' en naastgelegen 'Silver Pagoda'. Een perfecte binnenkomer in de Khmer-cultuur en architectuur.
Van de Khmer naar de Khmer Rouge; een verschrikkelijk verschil. Dat merkte ik de dag erop wel, toen een tuktuk-tour me bij het 'Tuol Sleng Museum' (oftewel gevangenen/martelkamp S21) dropte. Om het verhaal en de beelden kracht bij te zetten, liet een van de zeven overlevenden zich ook nog even zien.
En dit was nog maar het begin van de ellende.
Wat volgde was een slentertocht, onder leiding van een audioguide, door de 'Choeung Ek Killing Fields'. Een gigantisch contrast tussen heden en verleden.
Je loopt daar door een mooi en vredig parkje terwijl de stem je ondertussen verteld over de gruwelijkheden die er zijn begaan.
Over lijken lopen kun je hier heel erg letterlijk nemen. Het stikte er van de massagraven, waar kleding van de slachtoffers uit de grond tevoorschijn komt (door regen) en menselijke botfragmenten een zijn geworden met de natuur. Wat een afschuwelijke plek, die je gauw uit je geheugen wil gummen.
Aan het einde van de tour kwam 'Wat Phnom' in zicht, een buddhistische tempel gebouwd op de enige heuvel in de stad. Een plaats van bezinning, waar regen de zware emotionele lading van het verleden wegspoelde.
Wat eigenlijk een dag met feestelijke stemming zou zijn (4 augustus; twee jarigen), werd er een om nooit te vergeten.
Van de recente geschiedenis naar de eeuwenoude Khmer-historie, met een bezoek aan het 'National Museum' (word haast traditie in iedere hoofdstad). Prachtig gebouw en evenzo bijzondere collectie.
Voordat ik deze stad achter me liet moesten er nog wat dingetjes gekocht worden, ter herinnering. Waar anders kan dat beter dan op de 'Central Market'. Dit toeristenparadijs voorzag ruim in alles wat je maar kon wensen; boeken, kleding, schoenwaren, prullaria en de nodige kitsch. Daar heb ik dan ook flink de beurs opengetrokken en, met het schamele beetje geld dat erin zat, een shitload aan souvenirs gekocht. I love Asia :D
Dat word weer wat naar huis mailen; niet de eerste keer deze reis. Bij terugkomst moet er vast een extra vitrinekast bij worden gezet!
De volgende bestemming zou 'Kep' worden. Een voormalige franse koloniale kustplaats die in verval is geraakt, en nu pas begint te herleven. Dat betekende veel oude verlaten gebouwen en weinig faciliteiten.
Shit; ook geen ATM dus! Nog vroeger op moeten staan dan noodzakelijk om even flappen te tappen. Zucht. Nog net op tijd terug voor de pick-up naar waar de bus zou vertrekken.
Na enkele uurtjes rijden aangekomen in een lang, uitgestrekt, dorp dat graag vroegere tijden wil laten herleven. Grote ambities, maar gelukkig nog geen massatoerisme.
Aan het ene uiterste van de weg (oosten), langs de kust een guesthouse betrokken en direct informatie gaan inwinnen voor de overtocht naar het nabijgelegen 'Koh Tonsay'.
Na de beste bieder een bedrag te hebben overhandigd ben ik, via een pad met de toepasselijke naam 'Stairway To Heaven', naar 'Sunset Rock geklommen'. Meanderend door de jungle naar een uitkijkpunt waar de zonsondergang de moeite waard zou zijn; onderweg een nonnenklooster en verscheidene Buddha's passerend.
Zoals de naam al aangeeft had Sunset Rock de potentie voor een schitterende zonsondergang. En hoewel deze deels werd verpest door bewolking, ben ik daar tot ver na 'sluitingstijd' gebleven. Het was inmiddels al pikkedonker geworden. Ideaal om sterren te kijken, maar niet om jungle te doorlopen zonder licht. Maar je bent geen backpacker als je niet ook een lampje op zak hebt. En gelukkig zat die in de goede zak :P
Met behulp van mijn life-saver, die een ruige nacht in de rimboe hielp voorkomen, heb ik de weg teruggevonden naar civilisatie.
Om de dag erop weer terug te keren naar een basic bestaan op een exotisch eilandje.
Met een bootje vol backpackers en dagjestoeristen maakten we de oversteek naar het 'Robinson Crusoe resort'. Door weer en wind werden de golven hoog opgestuwd en dat betekende wildwater-varen met waterige waren als gevolg. Bij mij maakte dat weinig verschil, want mijn tas hadden ze bij het inladen al per ongeluk 'gebaptised'. Kwamen de waterdichte zakken weer eens goed van pas!
Het exotische Koh Tonsay staat ook wel bekend onder de naam 'Rabbit Island'. Waar dat op slaat; ik zou het niet weten... Heb geen konijn gezien daar, maar het was wel een paradijsje ;)
En voor de prijzen hoe je het ook al niet te laten. Meestal zijn die in afgelegen moeilijker te bereiken gebieden behoorlijk hoger, maar dat was hier zeker niet het geval. Onverwachts kwam ik nu voor de keuze om langer te blijven. Daar kon ik mooi over nadenken tijdens een ronde om het eiland, die een ploetertocht werd.
Een half uur na de start van deze wandeling, die haast niemand maakt, begon het hevig te regenen. Niet zo erg als je in zwembroek loopt, ware het niet dat ik uiteraard ook alle valuables bij me had. Schuilen tot de bui overtrok...maar waar?
Een 'fishermans shack', waar op dat moment niemand was te bekennen bleek de enige optie. Zodoende keuze snel gemaakt.
Na een half uurtje de binnenkant van dit hutje te hebben mogen aanschouwen hield het plensen op, en kon ik weer veilig verder; over zand- en kiezelstranden en overwoekerde junglepaden. Alles goed en wel, totdat messcherpe rotspartijen de doorgang bemoeilijkte, gevolgd door mangroven en zelfs moerasgebied.
De natuur maakte het deze avonturier behoorlijk lastig, maar als een echte rimboe-ridder heb ik me staande weten te houden. Soms nog maar net; met een been in de modder en de ander in m'n nek.
Als held geef je natuurlijk geen kik bij een schaafwond, schram of beurse plek meer of minder. Sterker nog; daar geniet je van! En dat deed ik ook. Het was een uitdagende en avontuurlijke tocht die ik niet had willen missen. Bovendien gecompleteerd met een mooie zonsondergang over zee, gevolgd door diner op het strand. Wat wil je nog meer?
De beslissing om nog een extra nacht langer te blijven was dan ook zo gemaakt.
Het donker van de avond deed al gauw zijn intrede, en op een eiland zonder electriciteit betekend dat vroeg onder de zoden. Er was overigens wel een generator, die electriciteit leverde tussen 18.00u en 22.00u, en zo bedtijd een paar uur uitstelde. Daarna was het over en sluiten. Niet erg hoor, want ik was wel toe aan rust in mijn eigen strandhut.
Midden in de nacht werd ik wakker van iets. Niet omdat het zo luidruchtig was, maar omdat het over me heen kroop. Het voelde groots aan en was vliegensvlug. Omdat je mij niet blij maakt met onverwachts dierlijk bezoek sprong ik overeind en sloeg het van me af. Eeekkk! Kakkerlakken; een stelletje nog wel. Welcome to the jungle.
Heb de ongenode gasten de deur uit gemept en het hele bed uitgekamd op zoek naar verwanten. Toen de kust veilig was de klamboe om me heen geslagen en erop gaan liggen. Daar kwam geen monster meer doorheen. Wel werd ik nog even aan het twijfelen gebracht om een dag langer te blijven.
Wat zou Indiana Jones doen? Vechten of vluchten...
'Zolang hij zijn hoed nog op z'n hoofd heeft kan ie alles en iedereen aan'. Dat is waar! Ik zette mijn onverslaanbare hoofddeksel op en dommelde vanzelf weer in een diepe slaap.
Het leek wel dierendag vandaag...
Ga ik 's ochtends lekker zitten boetseren op de primitieve plee, komt er een schorpioen een kijkje om de hoek nemen. Zeker een nieuwsgierige kunstliefhebber. Heb hem al blazende (wat moet je anders als je pas halverwege bent) duidelijk gemaakt dat het moment wel ongelegen kwam. De kunstmatige wind die ik produceerde was genoeg om het dier een paar tellen later uit zicht te laten verdwijnen. Niettemin was ik verrekte snel klaar met mijn 'piece of art'.
's middags, voordat ik op pad ging, nog even wezen pimpelen in hetzelfde hokje. Sta ik daar netjes in de pot te mikken, siddert er een slang naar mijn tas, die ik even op de grond naast me had gezet. Van schrik bijna over het hele zooitje staan sproeien!
Ook die toiletsessie weer gauw afgerond, kun je je wel voorstellen.
Bij het vallen van de avond nogmaals bij hetzelfde restaurantje gegeten als de dag ervoor. Logisch, want er was natuurlijk ook niet veel keus. Daarna opgemaakt en ingepakt voor wederom een nacht in Jurassic Park. Hopelijk nu geen intelligente insecten, met scharen zo groot als waarmee koningin Beatrix linten moet knippen. Dat zou vervelend zijn.
Bij het vertrek van 'Gilligan's Island', de volgende dag, werden we uitgezwaaid door een school kleine vissen, die als dolfijnen uit het water sprongen. Daaag!
Terug in Kep een luxere hut bewoond, en van daaruit gaan lopen naar de touragency die ik inmiddels kende. Halverwege werd ik ingehaald door twee gehelmde witte dames op motorbikes. Ze stopten tientallen meters voor me en bleven achterom kijken. Die zijn vast verdwaald dacht ik, en liep naar ze toe. Toen ik naderde en binnen gehoorafstand kwam, vroegen ze of ik een lift nodig had. 'Awel zeg, nog maar een paar meterkes te gaan. Maar he, waarom ook nie'.
Bleken Belgische lady's te zijn die een dagje aan het touren waren door de omgeving. Heb ze wat tips gegeven aan de hand van een kaartje, en op de hoogte gebracht van mijn idee om in en rondom Kep N.P. te lopen, alvorens vaarwel te zeggen. Na anderhalf uur dolen in het park kwamen de Belgen me weer voorbij gereden. Al stuntelende over het hobbelige pad vroeg een van de twee; 'moet ze u voeren?', doelend op haar metgezel. Nou nee hoor, dat kan ik zelf ook wel dacht ik. Nog een beetje te vroeg voor voedertijd bovendien.
Om te ontcijferen wat ze het over had moest ik even, heel bewust, omschakelen naar de taal van onze zuiderburen. Ooh, ze bedoeld natuurlijk of ik nogmaals mee wil rijden!
'Ik loop wel lekker', was mijn antwoord. Daaag!
Waarna de onervaren motorrijders iets te enthousiast gas gaven, door een aantal gaten in de weg beukten, en bijna onderuit gingen. Ik keek ze de hoek om en bedacht de juiste keuze te hebben gemaakt. Heb Vietnam overleefd op een motorbike en wilde nu niet alsnog verongelukken, achterop een tweewieler. Dat zou wel heel erg idioot zijn.
Nog vreemder dan de, uit het niets opdoemende Indiase fortuneteller (met gevolg), zou het niet meer worden. De man voorspelde geheel vrijblijvend mijn toekomst, terwijl ik op de bus aan het wachten was die me naar Kampot zou brengen. Volgens mij had ie iets teveel 'happy herb' pizza's geheten.
Reacties
Reacties
18 aug. 2012, 20:18
Hoi Mark.
Lekker hé al die insecten .
En dan te bedenken dat jij vroeger in de bergen niets van al die vliegen en ander gedierte moest hebben.
Ja, je begint steeds meer op Indiana Jones te lijken.
Het gedierte thuis in Nederland is straks peanuts voor jou.
Knuffel van mam.
{{ reactie.post_date.date | formatDate('DD MMM YYYY HH:mm') }}
Reageer
Laat een reactie achter!
De volgende fout is opgetreden
- {{ error }}
Je reactie is opgeslagen!