Lauwe Lao, bruin losweken, en 'disabled dude'.
Zuipen, snuiven, spuiten en tuben. Dat is, of beter gezegd was, de aantrekkingskracht van de feestmagneet genaamd 'Vang Vieng'. De mooie omgeving een goede tweede. Mede door de vele doden dit jaar, door een combinatie van drank drugs en wateractiviteiten, is het beeld drastisch veranderd. Alle faciliteiten langs de befaamde tubingstrip waren op verzoek/bevel van de regering gesloten, waardoor veel op alcohol belustte toeristen uitwijken naar andere plaatsen.
Reden te meer om dit oord een bezoek te brengen.
Het was er inderdaad rustig, dat moet gezegd worden. Alcohol daarentegen vloeide nog rijkelijk, mede door de belachelijk lage prijzen voor onder andere; flessen whiskey (per stuk €1). Voor een habbekrats kun je je hier dus compleet van de kaart drinken. Sterker nog; bij het eerste terrasje waar we plaatsnamen kregen we meteen een gratis 'bucket' met een mix van alcohol, red bull en weet ik het wat voor ingredienten allemaal. Een goed begin is het halve werk.
Met de schone natuur om je heen zou het zonde zijn om de hele dag alleen maar te consumeren. Het warme weer heeft echter een groot aandeel in het houden van dagvullende siesta's. De temperaturen dwingen je zo min mogelijk activiteit te ondernemen. De zon brand er een eind op los, net als de whiskey.
Wat doe je als je toch wat wilt zien/doen maar niet teveel energie wilt verbruiken...een motorbike huren! Daar heb ik in mijn uppie de 'Vang Vieng west loop' mee rondgetourd; een mooie dagtocht. De eerste stop leidde me naar de top van een berg. Aah nee he, een hele steile klim van zogenaamd 20 minuten liep uit tot het dubbele. Waar ben ik toch weer aan begonnen. Zodoende alsnog zweten geblazen!
Het panoramische uitzicht wuifde alle genomen stappen met een blik weg.
De finale halte klonk aanlokkelijk; 'Blue Lagoon'. Een zwemgelegenheid voor de hele familie. Dat klopte letterlijk genomen helemaal. Precies 1 familie pastte erin, en daarmee was de poel vol. Schijnbaar hadden er die dag al vele families in geweekt, want het water was niet hemels blauw maar poepbruin. 'Brown Lagoon'; nee dat klinkt toch niet zo lekker.
Gelukkig zat er bij de entrancefee (alles moet wat kosten tegenwoordig) ook een grot ('Tham Poukham') inbegrepen. En die was het wel waard. Waarom toch weer een behoorlijk stijgend wandelpad ernaartoe? Alsof ze het erom doen; toeristen pesten.
Zo eigenwijs/cheap als ik ben, besloten om de grot binnen te gaan zonder een hoofdlamp te huren. Had tenslotte zelf een lampie bij. Achteraf gezien misschien beter wel kunnen doen, hehe. Met een lullig klein zwak lichtje door gitzwarte ruimtes lopen was op z'n zachtst gezegd, best riskant. Spekglad gesteente, verradelijke gaten en spelonken maakten rondstruinen niet geheel zonder gevaar. Wel een heel speciale ervaring, met slechts een sporadische tegemoetkomende toerist.
's Avonds, met franse en chileense, in een wel heel voordelig restaurant plaatsgenomen. Bij bestellen van een maaltijd werd er 1 gratis bier bezorgd, bij een totaalbedrag gelijk aan of hoger dan 30.000 kip kwam er ook nog 1 gratis cocktail bij. Hoe ze op deze manier rond komen is me een raadsel. Zulke superdeals zullen de kas niet spekken.
Tourtijd: kayaking/caving/tubing. Als je in Vang Vieng bent moet je eraan geloven; tuben, met of zonder zuipfestijn. Ik hoopte op dat laatste, en mijn wens kwam uit. Met een multiculturele groep werden we stroomopwaarts gebracht, alwaar we tot halt kwamen bij de oever van een rivier. Aan de overkant moesten we wezen, om te startten met de tubes. Om daar te geraken werd ons de basics van kayakken uitgelegd. Hoe simpel kan het zijn... roeien is zo kinderlijk eenvoudig dat je daar toch geen 15 minuten lange instructieles voor nodig hebt? Maar pas op. De instructeur had een oog voor spotten van schlemielen. Nee; niet ik maar een Ier bleek de klungel van de kleuterklas. Een gebrek aan hand/oog coordinatie speelde hem parten. Of het was een ernstige spierafwijking, maar dat leek me sterk. Spastisch peddelend stoomde de sportman, samen met zijn al even getrainde duitse bootgenoot, heel erg snel naar de andere kant van het water. Ondanks de uitgebreide uitleg straalde het ongeleide projectiel, met een curve zo krom als een banaan, snoeihard richting het riet. Krrraaakkk! De gids zag het al aankomen en was het water in gerent om de gehandicapten te redden van de totale ondergang. Zijn helpende hand kwam net op tijd.
Zelfs Stephen Hawking zou het er beter vanaf hebben gebracht, dat weet ik zeker. En die is toch niet echt het toonbeeld van bodybuilding.
Dat voorspelde nog veel nattigheid deze trip...
Bij het volgende parcours kon weinig fout gaan. Men pakt een tube (binnenband van groot wiel), legt het ding in het water (ijskoud), plaatst zijn/haar derriere in het gat, houd het begeleidende touw vast en trekt zich daarmee voort. Wat eenu opluchting. Dit alles verliep zonder noemenswaardige problemen, vermiste of verdronken personen of overmatig veel bloedverlies. Hoezee!
Hartstikke leuk trouwens om dobberend een ondergelopen grot te exploren. Bij terugkomst een heftige lunch verorberd en vervolgens begonnen aan een drie uur durende kayaktocht. Maar eerst nog een reddingsvest aan, en die felwitte huid flink insmeren met zonnecreme, meneer uit Ierland. We houden jou en de duitse in de gaten.
Ergens halverwege de tocht was er een stroomversnelling door een meanderend stukje rivier. Een brug te ver voor onze helden, waardoor de twee uit koers raakten en ondersteboven werden verwelkomt door de vissen. Blup blup.
Evil Knievel, scheuren op 'The Loop', en kluts kwijt
Hoewel opgeschrikt door een klap, reageerde de busschauffeur heel rustig en reed een stukje door. Totdat bleek dat de airconditioning van het voertuig was uitgebreid met een gat in het achterste raam, ter grote van een vuist. Nee; hier geen stenengooiende kinderen aan het werk, maar een heuse aanrijding.
Op een of andere manier was er een wannabe Evil Knievel (met passagier) tegen de bus aan geknald. En er was niet eens een Guinness Book of Records official aanwezig...
Een ongeluk zit in een klein hoekje, en daar heeft een bus er heel veel van. Uiteindelijk bleek de stuntman de juist hoek niet te hebben gevonden, wat resulteerde in ernstig hoofdletsel en een motorbike die total-loss was gereden. Kleine opmerking; misschien niet heel verstandig om een dergelijke actie uit te halen in Laos, waar enige medische hulp ver te zoeken is.
Zijn compagnon, die achterop zat, zal zich vast gevoeld hebben als een 'human cannonball'. Al was deze lancering wat ongecontroleerder dan de gemiddelde NASA-missie. Houston, we got a problem! Bij gebrek aan een ambulance werd Evil Knievel op een motorbike getild en met spoed weggebracht. Over wegen waar je liever niet te hard overheen wild rijden. Ik heb er een hard hoofd in dat de man het heeft overleefd.
De kanonskogel wachtte evenlater eenzelfde transport, al was hij er een stuk minder erg aan toe. Had vast al ervaring, of veel naar Jack-ass gekeken.
Het allerergste was nog (neem me niet te serieus) dat de bus nu een enorme vertraging opliep. Wachten op politie, wachten op bureaucratie en bijkomend papierwerk, wachten op driver die nergens meer te bekennen was etc. Een 6-uur durende zit werd meer dan verdubbeld naar 13 uur. Nouja, we konden in ieder geval naar buiten, waar echt helemaal niets te doen/zien viel. De mogelijkheid om in de tussentijd in het nederlands over koetjes en kalfjes te praten (met een belgische dame), verzachtte de onvoorziene omstandigheden ietsiepietsie.
Rond het middaguur was mijn mobiele voorraadkast (daypack) al helemaal geplunderd, in de veronderstelling dat we er 'zo' zouden zijn. Om 23.00u 's avonds maakten mijn maag zoveel geluid als een motorzaag, uit protest tegen de geforceerde hongerstaking. De ingewanden produceerden decibels vergelijkbaar met het gesnurk van een bekende van me; man van ver in de 50, behoorlijk kaal, docent en inmiddels opa, wonend te Panningen. Uit privacy-redenen zal ik geen naam noemen ;)
Nu weet ik ook weer wat honger lijden is en hoe een mond, zo droog als het goedkoopste brood van de Aldi, aanvoeld. Wat heb ik dat gemist...
Later dan laat gearriveerd op het busstation van Tha Khek, waar wonder boven wonder nog levende wezens actief waren. Als een zombie met een stel backpackers op zoek gegaan naar een guesthouse, en uiteindelijk, na hele omweg nog gevonden ook. Plof; bed in en brains uit.
Op tijd opgestaan en al gauw aan de praat geraakt met een stel engelsen en franse, die net als mij van plan waren de volgende dag 'The Loop' te starten. Wederom een beroemde motorbiketour, vol uitdaging en avontuur.
Ik werd meteen uitgenodigd om hen te vergezellen, en kon daar natuurlijk geen nee op zeggen. Diezelfde middag nog een motorbikeshop gevonden en het onervaren engelse koppel een lesje geleerd (motorrijden). 'Scared shitless' waren ze, maar met vallen en opstaan (letterlijk en figuurlijk) kregen ze het langzaamaan onder de knie.
Bij het aanbreken van de volgende dag een big baguette 'getankt', en gestart met de driedaagse motorreis. In het begin verging het de rookies nogal moeizaam, wat heel begrijpelijk was. Naarmate de uren verstreken nam het zelfvertrouwen toe en kregen ze de smaak te pakken. Zo goed zelfs dat we de eerste bezienswaardigheid en route keihard voorbij waren gereden. Even backtracken dus, want de Buddha-cave was een must see (volgens de Lonely Planet gids). Regenseizoen en hoog water betekende zoiets als; geen overtocht per boot, geen grot. Dat had meneer de monopolist, ter plekke, goed bekeken. Hij vroeg 10.000 kip per persoon om de overkant te bereiken. Dat is zoveel als 1 euro; afzetter!
Ware het niet dat er ook nog een bootje, zonder kapitein, uitnodigend op de kant lag. En zo kwamen we er, weliswaar minder vloeiend, goedkoop vanaf. Niet dat de grot al die moeite waard was hoor, maar de reis ernaartoe in ieder geval wel.
Op de route naar onze eerste accommodatie scheurden we langs verscheidene caves, die onbereikbaar waren of waar veel te hoge entreeprijzen werden gevraagd. Schrap maar van de kaart. Lekker doorrijden naar de plek waar we wilden overnachten. Dat bleek nog een hele kluif, over zeer slecht begaanbare dirtroads. Continu geconcentreerd op de weg voor je, zou je haast de bijzondere 'flooded forest' missen, ontstaan door een dam. Prachtig! Volgens mij had het engelse stel, en met name de jongeman, zijn ogen meer gericht op de natuur dan de potholes in het wegdek. Hoezo ontwijken; ga er gewoon met volle vaart overheen joh. Dat resulteerde op een gegeven moment in een afgebroken standaard/pedaal. Ja, dan vraag je erom! Gelukkig waren we al bijna op de plaats van bestemming.
Bij het vallen van de avond bereikten we een gastvrij guesthouse, gelegen op een ideale locatie, waar je zo een aantal dagen zou kunnen verblijven. Maar dat was niet de bedoeling. Na de nodige reparaties een dag later weer op weg gegaan. Ergens halverwege de route stopten de engelse dame en ik in een rivierdorpje genaamd; Tha Bak. Niet bekend vanwege rookwaren, maar van de tot boot omgebouwde Amerikaanse bombcases. De engelsman en franse reden ondertussen ongestoord door. Haastige spoed is zelden goed hoor je weleens zeggen. Wat ons in overvloed werd aangeboden, als partycrashers, lieten zij zonder het te weten achter zich.
De engelse dame en ik waren de brug overgestoken en gestopt om foto's te maken van de omgeving. Laat nou net vlakbij onze kiekspot een feestje aan de gang zijn, waar we onmiddelijk uitgenodigd werden. Bier, bier en nog eens bier...met ijsklonten. Aan de flessen en lege koelbox te zien, waren de feestgangers al lang aan de gang. Weer kwamen we met moeite weg.
's Avonds zijn de engelsman en ik bij een restaurant alvast eten gaan bestellen omdat we stikten van de honger. Twee-en-een-half uur later bereikte ons geduld een ongekende diepte. Ongelofelijk dat we het zolang hadden volgehouden, zonder ook maar iets van onze bestelling te zien. Stonden we net op het punt te vertrekken, kwam het eerste bord aangelopen. Er lag zowaar nog voedsel op ook! Ondanks dit alles een leuke avond gehad, die afgesloten werd met een uiterst grappige bewering van een drietal fransen. Ze dachten serieus dat de engelsman en ik broers waren. Jullie zouden net zo hard hebben gelachen als ons, dat weet ik zeker. Als ze nou hadden gezegd dat de engelsman op Steven Seagal leek, dan kon ik niet anders dan ze gelijk geven. Als twee druppels water! Hij kon z'n vergeten tweelingbroer zijn. Het loopje, staartje, houding, bouw en samengeknepen ogen waren treffend. Alleen het 'houten' gezicht niet.
De volgende ochtend zijn we van de hoofdweg geweken en naar 'Konglor cave' gereden, dwars door een vlakte omringd met karstruggen. Het leek alsof je met een madurodam-formaat vehikel een de Grand Canyon reed (enigszins overdreven).
Eenmaal voor de cave aan boord gegaan op een van de vele ongebruikte boten. Erg weinig toeristen; een goed teken of juist niet?
Yeah, super! We waren de enige in de hele grot, en die was gigantisch. Compleet donker, met ruimtes zo groot als een voetbalstadion. Echo...echo...echo. De lamp op je kop was de enige vorm van verlichting, wat de sfeer ten goede kwam maar tegelijkertijd best wel een beangstigend idee was.
Over dezelfde weg, die in verbazingwekkend goede staat verkeerde, terug gereden naar de main road. Zo fijn dat je er lekker hard overheen kon scheuren. Tegenliggers waren er niet of nauwelijks. Ideale omstandigheden om even flink de gashendel open te trekken. Meer dan 90 km/h zat er helaas niet in, maar dat gaf genoeg voldoening ;)
Ondertussen werd de tank natuurlijk leeggeslurpt, want erg energiezuinig reden we niet. Waar zijn die stations als je ze nodig hebt...
Op de laatste restjes brandstof hebben we het weten te redden tot een tankstation op z'n zuid-oost aziatisch; een tafeltje met halve- en hele literflessen benzine. Meestal van twijfelachtige kwaliteit en geprepareerd als aanmaaklimonade. Maar he, je moet toch wat om de dorst te lessen! Twee flessen gekocht, verdeeld over de voertuigen en bij eerstvolgende officiele dealer de tanks volgegooid.
Door onze trage start deze dag, de vele pauzes en petrol-perikelen liepen we een beetje achter op schema. De motorbikes moesten op tijd weer ingeleverd worden om extra kosten te voorkomen. Plankgas dus, haha. Ondanks een behoorlijke gemiddelde snelheid toch pas in het donker aangekomen in Tha Khek. Onderweg elkaar nog kwijtgeraakt ook, maar alles kwam op z'n pootjes terecht. Einde van de mooiste motorbiketrip tot nu toe.
Verrekte heet Vientiane; een hoofdstad maatje dorp, met bijhorende feel. De deuren van de bus gingen open en een golf van hitte overviel je meteen. Gebakken lucht, net uit de oven. Snel een tuktuk ingedoken en ons laten vervoeren naar guesthouse 'goedkopi'.
Die avond bij een van de vele indiase restaurants gegeten, waar ik inmiddels groot fan van ben geworden. Heerlijke cuisine met gerechten om van te smullen. Een culinaire dag ziet er voor mij ongeveer zo uit: ontbijtje bestaande uit grote dikke vette gevulde banana pancake met veel te veel chocolate, fried rice of fried noodles met beef/vegetables/egg als lunch en een indiaas diner. Gevarieerder kun je het niet maken.
Afijn, na de maaltijd besloten mijn reisgenoten een internetcafe in te duiken en liep ik terug naar het guesthouse. Zou wel makkelijk zijn als je weet hoe de naam ook alweer luidde, en waar het onderkomen is gesitueerd. Niet erg oplettend geweest deze dag; hersens soep geworden door de hoge temperaturen.
Twee weten meer dan een normaal gesproken, en daarom ben ik maar even teruggegaan naar het internetcafe. Engelsman stond net op het punt om ook naar het guesthouse te lopen, en wist de weg wel.
Een uur later, 5 keer de weg te hebben gevraagd en vele rondjes te hebben gewandeld ('Hey, dat komt me bekend voor. Ja, zijn we al drie keer langs gelopen'), zijn we dan toch beland bij ons doel.
De volgende ochtend vanuit het guesthouse binnen 5 minuten, eerlijk waar, in een haast rechte lijn naar hetzelfde internetcafe gelopen. Oh my god, haha...wat een beschamende gedachte.
Met een stel gehuurde motorbikes ging het een stuk vlotter, ondanks de shitty dirtroads en potholes. Buddha-park was onze bestemming, waar een kunstenaar z'n levendige fantasie heeft vervormd in de meest vreemde buddha-beelden. Bizar.
Echt afzichtelijk was de trots van Vientiane (Patuxai), gemaakt met door Amerika gesponsord beton bestemd voor de aanleg van een vliegveld. De ongetalenteerde architect heeft zich, bij het ontwerpen van het monument, laten inspireren door de 'Arc de Triomphe' van de voormalige kolonisator. Iets zegt me dat ie niet zo goed heeft gekeken in Parijs...
Het bouwwerk herbergt niettemin een fraai staaltje symbolisme. Op z'n communistisch; net ietsje groter/hoger dan de concurrent, vier bogen in plaats van twee (om de fransen af te troeven) en...lelijker dan lelijk. Daar hebben ze ook een handje van.
Thailand kom je niet in zonder visum, al krijg je aan de grens 15 dagen geheel gratis. Twee weken voor dit land is niet genoeg; twee maanden leek me wel voldoende.
Daar gingen we (de franse en ik) eens 'eventjes' een permit voor regelen. Trek een nummertje met het getal 49, en wacht maar liefst twee uur op je beurt. Pfff. Kon je wel gelukkig een dag later al dat papiertje ophalen, dat scheelt. Vooral ook wanneer je zo fortuinlijk bent om nummertje 15 te bemachtigen, gedoneerd door een stel reizigers die om onbekende redenen het consulaat ontvluchtten. Bingo!
De laatste dag een tempelcomplex bekeken, waar het nationale symbool van Laos; 'That Pha Luang' deel van uitmaakte. Deze gouden stupa had een officiele openingstijd om 8.00u, getuige het informatiebord. Een laotiaan en een klok is geen goede combinatie, heb ik al menigmaal ervaren. Vandaag stond de tijd maar liefst 1,5 uur later op het horloge.
Ondertussen moest ik nogal nodig een plasje plegen. De enige toiletten die ik kon vinden waren gelegen achter een keet vol jonge monniken. Een oranje gewaad zou nu wel van pas komen, om undercover een wc binnen te glippen. Hup holland hup!
Heb je de kleur niet; dan maar op goed geluk. Zo snel mogelijk erheen gesneaked en een heilige boodschap achtergelaten. Dat lucht op.
Na de religieuze glitter en glamour moeten haasten naar het nationaal museum, want de tijd raakte op. Tik tak, tik tak. Lang had ik niet nodig voor de tentoonstelling, want die was uitermate saai. Check; afvinken maar.
Door naar Vangvieng; party-paradise.
Happy shit, op de route, en 'Southern Swing'.
De grens Cambodia/Laos was me er eentje. Beide landen zijn van plan er wat moois van te maken, dat was duidelijk. Het gebied was een grote bouwplaats.
Vooralsnog moesten we onze paspoorten echter laten stempelen in een tuinhuisje (Cambodiaanse zijde), en een bouwkeet (Lao zijde). Een stempel moet je overigens 'kopen' en kost $2. Het geld dat je kwijt bent met deze corrupte daad, verdwijnt linea recta in de achterzak van de ambtenaar. Geef je graag aan een goed doel, maak dan geen gebruik van deze grensovergang.
Ben je eenmaal het niemandsland gepasseerd en officieel in Laos, dan moet je wachten op verder vervoer. Dat vertrekt echter pas wanneer de bezettingsgraad voldoende is om de reis rendabel (lees; winstgevend) te maken.
Is er een grote stroom toeristen, dan is het koekblik zo vol. Zo niet, dan kun je lekker lang uit je neus zitten eten. Ik kan jullie wel vertellen dat die van mij behoorlijk schoon was, alvorens de reis te vervolgen.
Op naar een van de, zogenaamd 4000, eilanden in het zuidelijkste stukje Mekong te Laos. Heerlijk overdreven benaming voor deze regio; ook dat is typisch aziatisch!
Het eiland met de naam 'Don Det' zou het uitgangspunt vormen voor de komende dagen. Bekend, beroemd, befaamd en berucht onder backpackers wegens de lazy Lao lifestyle en 'happy' toevoegingen. 'Happy' refereert hier niet naar de altijd lachende en vriendelijke bevolking, maar wijst op de aanwezigheid van allerhande drugs. Bestel je een 'happy veggie pizza', dan moet je niet verwachten dat al die kruiden en groenwaren onschuldige ingredienten zijn, haha. Vrolijk zul je er vast van worden, maar daar heb ik geen 'herbs' voor nodig.
Waarom dan naar dit eiland zou je je af kunnen vragen... Ondanks het imago is het niet alleen maar sex, drugs & rock 'n roll op Don Det. Het eiland kent twee gezichten. Het noorden is gericht op de feestende toeristen, en het zuiden is bestemd voor de authentieke rustzoekers. Raad eens waar ik eindigde, na een lange wandeling, vergezeld door drie belgen. Juist, het zuiden. Makkelijke vraag he! Jullie kennen me te goed :)
Een andere reden om deze contreien te bezoeken is de spectaculaire zonsondergang, zogenaamd iedere dag. Nou, het begon al goed dan. Regen, de hele dag door! Geen zon gezien, laat staan een sunset. Heb ik weer hoor...
De dag erop met de belgen via de franse brug naar het aangrenzende 'Don Khon' gelopen, en daar de 'Li Phi' waterval (noem het maar een stroomversnelling) te bekijken. Imposant, dat zeker. Wegens bewolking weer geen zon onder zien gaan. Heh, verdorie.
Na het laatste avondmaal speciaal naar het westen van het eiland gelopen, in de hoop een buitengewone sunset te begroeten. Het weer voorspelde veel goeds. Gewoontjes was de zonsondergang in ieder geval, maar buitenaards...nee. Of misschien ben ik inmiddels wat verwend geworden. Wie zal het zeggen.
Volgende halte; het gehucht 'Champassak', van waaruit het world heritage listed 'Vat Phou' complex bezocht kon worden. Het plaatsje lag precies op de route, volgens de kaart en diverse ondervraagde touroperators. Niets bleek minder waar.
Bij het eerste de beste bordje, wijzend op de toeristische attractie, mikte de buschauffeur mij en een australische vrouw eruit. Daar stonden we dan, gestrand aan de hoofdweg. Geen mens of verder vervoer te bekennen. Dachten we ook eens even snel 'en route' wat te kunnen bezichtigen.
Met moeite uiteindelijk toch een levend wezen, voorzien van tuktuk, kunnen vinden en onze reis doorgezet. Totdat we bij de Mekong uitkwamen. Aan de overkant lag Champassak en Vat Phou. Klein probleempje...hoe kwamen we daar? Waar de #%&* zijn al die andere toeristen? En hoe hebben zij de oversteek gemaakt?
Er zou volgens inlichtingen regelmatig een ferry gaan tussen dit spookstadje en het gehucht aan de andere kant van de rivier. Na lang zoeken vonden we iets dat op een ferry leek, verankerd en compleet verlaten. Het zag er echter niet naar uit dat deze vandaag, of in de nabije toekomst, tot leven zou komen.
Een alternatief bood zich aan in de vorm van een catamaran. Raar, maar waar...en betaalbaar. Eenmaal aan de 'andere kant' aangesproken door een man met guesthouse. Omdat we nogal haast hadden, in verband met een bezoek aan het werelderfgoed, hebben we meteen toegehapt, en ons direct laten vervoeren naar het complex. Het plan liep gesmeerder dan een goed geoliede stoomtrein. Het zat allemaal mee! Mocht ook wel eens een keertje.
Van 'Vat Phou' was niet echt veel meer over, maar de locatie en de sfeer maakten dat meer dan goed, evenals het gebrek aan toeristen. Blijkbaar toch niet zo'n populaire bestemming als gedacht.
Champassak was, op z'n zachts gezegd, haast net zo doods als het werelderfgoed dat in de buurt lag. Om zelf aan een voortijdig einde te ontsnappen, na 8 uur zonder voedsel, een maaltijd besteld die zijn weerga niet kende. Precies wat ik nodig had; een enorme trog met curry en een bak rijst. Over schransen gesproken.
Ondanks de bezienswaardigheden, een goed guesthouse en grote maaltijden is Champassak niet de plek waar je langer als een nacht wil verblijven. Slaapverwekkend stil.
Gelukkig vertrok de volgende dag al vroeg een bebankte truck naar 'Pakse'. Een stadje van waaruit ik een motorbiketour ('The Southern Swing') wilde maken over het nabijgelegen 'Bolaven plateau'. Alleen is natuurlijk nooit zo leuk als met anderen, en bovendien niet aan te raden, in verband met eventueel onverwachte pech onderweg.
Zodoende aan het eind van de ochtend een stel berichten achtergelaten in het meest populaire guesthouse, in de hoop wat reisgenoten te vinden.
Waarom, en hoe, deze backpackers-magneet naam heeft gemaakt blijft me een raadsel. Het personeel was zo onverschillig en ongeinteresseerd als maar kon. Gastvrijheid was hier ver te zoeken. Reden genoeg om ergens anders te verblijven!
Zo dachten Frits en Yannick er denk ik ook over, want bij het inschrijven bij 'de goedkoopste' zag ik hun namen staan. Niet veel later kwamen ze terug, van dezelfde motorloop als die ik van plan was. Verbaasde gezichten toen ze mijn naam zagen staan. Mooie verrassing weer.
Aan het eind van de middag kreeg ik al een reactie op mijn advertentie. Dat ging wel heel snel en gemakkelijk.
Ben de persoon in kwestie gaan ontmoeten (een duitser), hebben plannen besproken en besloten samen de volgende ochtend op weg te gaan.
De afgesproken vertrektijd haalden we echter niet deze dag. Voornamelijk omdat twee dames (een franse en een spaanse) ook graag mee wilden, maar nog geen motorbike hadden geregeld. Een uurtje of wat later zijn we begonnen aan het eerste motorbike avontuur in Laos.
Onderweg naar de overnachtingsplaats ('Tad Lo') zijn we bij een ethnic village gestopt, dat in de buurt van een waterval was gebouwd. Ondanks dat het een beetje gemaakt aanvoelde was de locatie bijzonder goed gekozen. De houten huizen en boomhutten prikkelden de fantasie en voerden je terug naar de wonderlijke kindertijd.
In Tad Lo hebben we een stel bungalows geboekt, gelegen aan de rivier. Enige minpuntje waren de gigantische grote rode mieren die de omgeving onveilig maakten. Gelukkig bleven ze buiten de hutten, en hebben we toch rustig kunnen slapen. Misschien hielp het dat de vrouw des huizes liet zien dat je ze best goed kon eten. Jammie!
Mijn voorkeur ging toch maar uit naar een banana pancake met chocolate, die we als ontbijt kregen gereserveerd bij een restaurant dat adverteerde met 'big food, small kips' (kip = munteenheid van Laos).
Het gevak was gemaakt met behulp van rijst, en minstens net zo lekker als het exemplaar in China (tijdens de Tiger Leaping Gorge trek). Een goed begin van de dag!
De tweede helft van de motorbikeloop leidde ons via 'Paksong' terug naar Pakse. Daartussen lagen twee zeer indrukwekkende watervallen, waarvan er een meer dan honderd meter omlaag stortte.
Zo'n 20km voor de eindbestemming besloten we een kijkje te nemen bij een feestelijk gestemde menigte, partytenten en luidde muziek.
Even vlug wat foto's schieten liep uit op deelname aan een groot feest ter ere van de eerste verjaardag van een kind, dat er natuurlijk helemaal niks van meekreeg. Na een hartelijke ontvangst kregen we direct bier in de hand gedrukt en werd er een tafel speciaal voor ons vrijgemaakt. De duitser en ik moesten vervolgens naar de dansvloer. Kom daar maar eens onderuit, haha.
Een tweede dans-sessie kon ik helaas ook niet weigeren, want werd letterlijk en figuurlijk van mijn stoel gerukt om weer mee te gaan dansen. Door een vrouw van, minstens, dik in de vijftig notabene. Waarschijnlijk zo zat als een toeter.
Dat probeerde ik in ieder geval te voorkomen, door op een gegeven moment het onophoudelijke bijschenken van het bier een halt toe te roepen. We moesten namelijk nog een stuk rijden. Makkelijker gezegd dan gedaan. Met moeite kwamen we weg, maar wel een unieke belevenis rijker!
Dubbel en dwars, bushmaster en vrouwelijk geslacht.
Aan het rijtje tempels, tropische eilanden en rivieren wilde ik ook nog graag wat jungle toevoegen. Waar kon dat beter dan vanuit de dichtbegroeide en dunbevolkte provincie met de mooie naam; Ratanakiri. 'The place to be' was Banlung. Een stadje compleet gericht op toeristen, die er amper waren. Zal wel het seizoen zijn.
Om daar te geraken moest er weer een afstand overbrugd worden. Een minivan was het middel van transport, gedreven door een zeer ambitieuze chauffeur. (Grootheids)waanzin was het. Niet op persoonlijk vlak, maar wel materieel gezien. De magier dacht waarschijnlijk dat ie een jumbo-bus bestuurde met een onbeperkte, flexibele ruimte (a la de bus uit de Harry Potter reeks).
Met zijn mindtricks liet hij iedere reiziger langs de weg geloven dat er nog plaats was, in de bodemloze put op vier wielen, ongeacht de hoeveelheid extra bagage.
De capaciteiten van de minivan werden tot het uiterste gerekt met iedere kilo mens en machine. Het mag gezegd worden: de meesterpuzzelaar deed niet onder voor Merlijn de tovenaar.
In een voertuig met plaats voor 11 personen (inclusief driver) pasten er wonderbaarlijk genoeg maar liefst 18. En dat was nog niet alles; er moest ook nog een motorbike in. Niet erop of erachter...nee; IN! Met welke hocus pocus zou deze uitdaging nu weer opgelost gaan worden?
De man haalde zijn surrogaat toverstaffen, ieder voorzien van vijf vingers, uit zijn zakken en liet ze eens even flink wapperen. Zo vlug als een wervelwind werd de halve wagen omgekeerd en heringedeeld. Wow.
Wat er allemaal uit de hoge hoed werd getoverd was onvoorstelbaar; wat er weer in ging gewoonweg onmogelijk. Dat woord beschrijft ook treffend de houding die eenieder aan moest nemen, gedurende een paar uur.
Ik had iets anders in gedachten met een spelletje Twister.
Bij aankomst in het stadje heb ik mezelf en mijn tassen uit het voertuig weten te vouwen, gebruikmakende van een gevorderde origami-techniek 'in reverse'. Die japanners zijn zo gek nog niet; hebben natuurlijk ruime ervaring met grote objecten in kleine auto's proppen.
Sta je net met beide benen op de grond, word je meteen een bed in een guesthouse aangeboden. Gemak dient de mens! Ben er meteen op ingegaan en daarna lekker actief rond gaan lopen om de spieren weer wat losser te maken.
De volgende dag was het plan om een fiets te huren en een ronde te maken naar en om een kratermeer genaamd 'Boeung Yeak Lom'. Onophoudende regen gooide echter roet in het eten. Daarom maar besloten een internetcafe in te duiken om flink wat foto's te uploaden, totdat de stroom uitviel.
Wat een dag zeg...wat een pech.
Dan maar heil zoeken in een restaurant om te eten: 'Fish Amok' (een traditionele khmer maaltijd) . Daar kon tenslotte weinig mis mee gaan, en dat werd gelukkig bewaarheid.
Wat ook niet mis was waren de prijzen van tours, aangeboden door betreffende agency's en hotels. In je eentje vrijwel allemaal onbetaalbaar.
Dat is meteen het grote nadeel aan solo reizen. Je draait op voor alle kosten tenzij je een paar anderen weet te strikken. Normaal gesproken geen probleem, maar dit stadje was toeristisch gezien vrijwel uitgestorven.
Als een lichtpuntje op deze donkere dag trof ik twee sloveense meiden bij het hotel, waar ik zojuist de toeristenteksten aan het doorspitten was. Ze waren net pas gearriveerd en wilden ook deze dag nog een meerdaags avontuur boeken. Het geluk lachtte me eindelijk toe.
We bespraken onze wishlists en kwamen uit bij een tour die aan alles voldeed. Een 2 day/1 night optie, met als trekpleisters een bezoek aan Lao en Chinese villages, twee tribal cemeteries, een drietal watervallen, het kratermeer (jaja, toch nog), tocht op een olifant en een jungletrek. Een perfecte alles-in-een combinatie; precies wat ik zocht!
's ochtends zouden we om 7.00u vertrekken, maar dat werd uiteindelijk 9.00u. Och ja, tijd is relatief.
Het had overigens de hele nacht hard geregend, en dat kwam niet ten goede aan de kwaliteit van het wegdek werd ons verteld. Logisch, dat had ik ook wel kunnen bedenken...
In plaats van met een auto zouden we, om die reden, met twee motorbikes op weg gaan. De gids op de ene, en...op de andere. De twee dames hadden geen ervaring en durfden niet. Begrijpelijk.
Wat nou als ik ook nee zou zeggen, bedacht ik. Dan had de gids wel een groot probleem. Dat kon ik hem, of beter gezegd ons, niet aan doen. Zou tenslotte nog meer tijd kosten.
Bovendien begonnen mijn gedachten af te reizen naar de 'motorcycle diaries' in Vietnam. Toch wel weer leuk om er eentje te besturen, hihi. Met jeukende handen aan het stuur had ik snel de smaak weer te pakken. Al was het terrein van iets andere aard dan gewend.
Vanwege de moeilijk begaanbare, en spekgladde, wegen besloot de gids beide ladies achterop te nemen, om mij te ontzien.
Zodoende bereed ik alleen het moddermonster; over blubberpaden, om/door gaten zo groot als een koe en gevuld met derrie. Glibberend en glijdend bereikten we de twee tribal cemeteries waar je eigenlijk niet mocht komen zonder permissie van de lokale stamoudste. De gids deed daar erg nonchalant over maar kwam niet in actie, ondanks herhaaldelijke verzoeken van onze kant. Een beslissing om voet op deze heilige grond te zetten bleef uit.
Na enige tijd vonden we het welletjes geweest, namen het heft in eigen handen en betraden 'illegaal' het terrein. Helemaal hierheen gereden voor niks...dat was niet de afspraak.
In het geval er een boze bewoner aan zou komen stormen om ons te verjagen, dan wezen we met onze beschuldigende vingertjes toch gewoon naar de gids.
Na enkele minuten had ie dat scenario blijkbaar ook bedacht en begon een beetje te zenuwen. Om hem daarvan af te helpen hebben we na een tijdje genade getoond, de fotoshoot beeindigd en wederom de motorbikes beklommen.
Wat volgde waren de Lao en Chinese villages, en de opvallende verschillen daartussen. Er is een enorme kloof tussen de mentaliteit en leefstijl van deze minority's.
De Lao zijn laidback, relaxt en leven van dag tot dag. Heb je genoeg geld voor twee dagen verdiend, dan hoef je morgen niet te werken. Ze leven voornamelijk van agricultuur. De Chinezen zijn heel gemotiveerd, gedisciplineerd en werklustig; meer, groter, duurder. Handelen is hun manier van leven.
Dat kwam aardig overeen met het beeld wat ik al had gekregen van China, gedurende mijn twee maanden in dat land.
Al deze indrukken smaakten naar meer, maar eerst werden onze magen gevuld met een lunch. De motoren daar achterlatend, verlieten we de bewoonde wereld, op weg naar de afgelegen homestay. Die lag erg goed verscholen in de bush, met ricefields en plantations in de buurt.
Bij aankomst werden we begroet door een stel villagers en een slangenkop op stok. Dat was nog eens origineel!
De rest van het beest zat al in de pan en was grotendeels bereid. Gastvrij als ze waren werd voor ieder een groot stuk reptiel afgescheurd. Een unieke kans op wat inheems en zeker niet alledaags voedsel, gecompleteerd met wat zelfgemaakte rijstwijn (duurt twee weken om te maken). Beestachtig lekker!
Het dier was overigens gevangen en gedood omdat het de kippen bedreigde. Het is dus niet zo dat er alleen exotische dieren op het menu staan in de bush.
Bij de homestay wemelde het van de boerderijdieren, die allemaal een taak te volbrengen hadden. Varkens om de etensresten op te eten en kippen voor de eieren en soep. De kat moest het ongedierte te pakken krijgen en de hond op zijn beurt de kat achterna zitten wanneer die zat te luilakken. Noem het 'the circle of livestock'; waar de slang schijnbaar niet tussen paste. Sss...
Wat mij betreft hadden ze trouwens net zo goed een stel kippen kunnen onthoofden in plaats van die arme slang. De smaak is namelijk precies hetzelfde!
Maar ja, heb je liever een vleesetende dinosaurus in je backyard of wat fladderend gevederte? Ik weet het wel :)
Vanuit de homestay trokken we de jungle in, waar de mieren regeerden en de prikkende planten blijvende herinneringen achterlieten op onze lijven. Net op tijd waren we weer terug bij ons gasthuis.
Een aanzienlijke storm dreef ons allen onder een dak, waar later een welverdiend diner werd opgediend. Inmiddels deed de avond zijn intrede, en tegen de tijd dat we erbij zaten als een gevulde kalkoen, was het pikkedonker. Zonder electriciteit betekent dat al gauw; welterusten.
Een hangmat (voorzien van muskietennet) zorgde voor een bijzondere nacht onder een, ongetwijfeld, schitterende sterrenhemel. Jammer van het dikke wolkendek, dat weer eens het uitzicht bedierf. Zul je altijd zien.
Het was deze nacht trouwens opvallend stil...of ik was zo moe en bereikte een hele, hele diepe slaap. Heb namelijk geen enkel dier horen mekkeren!
De volgende dag begon alweer om 5.00u in de ochtend, bij het eerste straaltje zonneschijn. Een ontbijt zat er helaas niet in op dit tijdstip. Jammer, want al dat loslopende vlees maakte me wel hongerig.
Alsof we nog niet genoeg nattigheid voorbij hadden zien komen de afgelopen dagen, stonden er vandaag een aantal watervallen op de planning, en tussendoor ook nog een bezoek aan het kratermeer.
Onderweg naar het eerste stroompje stopten we bij een eettentje, waar ontbijt werd geserveerd. Keuze wat betreft voedsel was er niet. Wat dat betekende wist ik nou onderhand wel; voor de zoveelste keer noodlesoup. Blehhh!
Halverwege de route naar waterval nummer twee werd de weg een stuk beter, en vroeg de gids of ik een van de dames achterop wilde nemen. Vooruit dan. Even wennen hoor, een ander bewegend object op de motorbike. Was alleen een backpack gewend, en die was niet zo'n actieve prater.
Veilig en wel bij het meer aangekomen besloot ik eromheen te lopen, terwijl de ladies gingen zwemmen. Heb tijdens deze wandeling meer dieren gezien (een slang, vele hagedissen en een school gestoorde vissen die een soortgenoot levend aan het villen waren) dan tijdens de gehele jungletrek. Zal wel komen omdat mijn reisgenoten hun kleppen niet dicht konden houden. Vrouwen...zucht.
De laatste waterval hebben we vanuit een hoogte van minstens twee meter; op de rug van een stel olifanten, beleefd. Een unieke experience!
De twee mastodonten bleken moeder en dochter te zijn. Heb maar niet naar hun leeftijden gevraagd, want dat vind het vrouwelijke geslacht nooit zo fijn.
De matriarch was duidelijk het meest ervaren gevaarte, en luisterde behoorlijk goed naar de mahout. De jongere was onstuimiger, ondeugend en had het niet zo op onbekenden. Verlegen ding.
De slovenen werden op het volwassen dier gezet en ik...ik mocht de dochter berijden, haha. Lekker ding joh :P
De laatste paar dagen gesleten in 'Stung Treng'. Een gehucht aan de Mekong, waar werkelijk niets anders te doen was dan internetten en consumeren. De plaats word voornamelijk gebruikt als doorvoerhaven van toeristen naar Laos en vice versa. Grote kans dus dat je mensen tegenkomt die je al eens eerder hebt ontmoet.
Ja hoor, wie tref ik daar aan rond een slaperig middaguur; Frits en Yannick. Inmiddels toch alweer een maand geleden sinds onze laatste ontmoeting. Een record!
Stop-motion masterpiece, vervelend verkopertje en flipperkast.
Van Battambang naar Siem Reap per boot. 7 uur op een solide bankje met evenzo harde leuning. Beenruimte genoeg; voor een lilliputter. Toch was dit 'by far' de mooiste en meest interessante boottocht tot nog toe! Wie wat wil zien moet pijn lijden, hehe.
Aan het einde van de vaart was je nog meer dan 10km verwijderd van de stad. Niet echt praktisch, maar vrees niet. Je word opgewacht door een klein leger tuktuks, die strategisch staan opgesteld om als eerste een of meerdere toeristen aan de haak te slaan. 'Duck-hunt' is er niks bij, zo makkelijk kunnen ze een klant vangen.
Als toerist heb je weinig keus als je daar aanmeert met je hele hebben en houwen. Welke gek gaat er nu dat hele stuk lopen met backpack/trolley?
Ik dus niet.
Hopsakee, in een tuktuk gesprongen en al gauw vergezeld door een Duitser. Onderweg, naar onze accommodaties, besproken wat we wilden zien/doen in en rond het Angkor-complex; de attractie bij uitstek in deze regio. Daaropvolgend besloten om samen de chauffeur en z'n vervoermiddel in te huren voor de volgende dag. Plan was om de small circle (mini-tour) te doen voor een totaal van $16 dollar. Te beginnen met de niet te missen zonsopkomst te Angkor Wat. Daar moest je wel nogal vroeg voor op staan; rond 4 uur 's ochtends. Geen probleem want dat had ik er graag voor over.
Wat een wake-up light! Je werd 'wakker' door een ongelofelijk spectaculair kleurenpalet waar zelfs Bob Ross jaloers op zou kunnen zijn. De door hem zo geliefde, en in overmaat gebruikte, bomen waren er ook nog eens in overvloed. Een onovertroffen masterpiece.
En dit was nog maar het begin van een dag vol hoogtepunten, die rond 17.00u helaas alweer eindigde. De ene tempel nog mooier dan de andere; versiert met details waar je uren naar zou kunnen kijken. Echt waar, vraag maar aan mijn digitale-camera!
Volgens mij heb ik zoveel foto's gemaakt, dat als je ze achter elkaar af zou spelen een stop-motion film te zien krijgt. Misschien toch beter gewoon maar alles op moeten nemen, haha.
De hoofdrol zou zomaar vertolkt kunnen worden door de gigantische fel gekleurde spin, die op een of andere manier ongemerkt op de cowboyhoed van de Duitser was geklommen.
Deze acrobaat kwam onaangekondigd zijn kunstjes vertonen, en daar waren wij niet zo van gediend. Nadat ik naar de Duitser riep om onmiddelijk zijn hoofddeksel weg te gooien, werd de circus-spin een spoedcursus vliegen aangeboden. Daar was de celebrity zo bekwaam in dat we hem om een handtekening gingen vragen. Het talent kon echter niet kiezen met welke 'hand' die dan gegeven moest worden. Zeker net pas begonnen aan z'n carriere... Dat word wat als ie een ster krijgt op de 'walk of fame'. Treuzel, treuzel.
Slechts 1 dag doorbrengen in en rondom deze world heritage site zou zonde zijn. Het is onmogelijk om dan 'alles' te zien, en dat wilden we maar al te graag, na de superieure introductie via tuktuk. Gelukkig hadden we dat op voorhand al bedacht en een multiple-entry pas aangeschaft. Goed om 3 dagen lang eeuwenoude tempels te bewonderen, totdat we vanzelf wortel schoten en een werden met de jungle.
De tweede dag stond in het teken van de big circle (big tour), die we per fiets hebben afgelegd, met als slotakkoord een sunset vanuit de hoogst gelegen tempel.
Dag drie solo de zonsopkomst gaan bekijken, omdat de Duitser flinke buikklachten had overgehouden aan 'verkeerd' voedsel. Na de sunrise, die totaal anders was dan de eerste, ben ik nog eens alle tempels nagegaan die het meeste indruk hadden gemaakt. Rond de middag verliet ik de laatste van deze reeks bouwwerken voor een welverdiende lunch.
Had net wat besteld bij een eettentje toen het zoveelste kind souvenir-troep kwam verkopen. Nee, nee en nog eens nee. Maar het menneke, van een jaar of 8, was met geen mogelijkheid weg te krijgen. Na al teveel keer 'nee' te hebben gezegd, geschud, gebaard en zelfs uitgelegd, ben ik daar maar mee gestopt en heb hem een tijd lang totaal genegeerd. Desondanks bleef ie maar uitkramen; 'buy one from me, 10 for one dollar' (postcards).
Niet het meest snuggere jochie van de klas hoor. Na een kwartier doorzeuren had ie nog niet door dat hij echt niks aan mij zou slijten. En al die tijd was hij nog niet eens in prijs omlaag gegaan, of in ieder geval creatief met cijfertjes geweest. Geen goed verkopertje!
Twee bier of een hele dag een fiets huren in Kratie. Tijd om de benen te strekken na een lange busrit, dus toch maar voor de laatste gekozen. Wat voor fiets krijg je voor een dollar? Eentje MET een stuur, twee wielen en een zadel! Ongelofelijk he...
Zou je toch niet verwachten voor dat geld. Het ding rammelde wel aan alle kanten en de banden waren zo slap als een elastiekje. Dat kwam de grip ten goede, verzekerde de manager me. Lolbroek.
Maar he, 'what you pay is what you get'. Klagen mag je niet voor dat geld, hehe. En heb er toch mooi een ritje mee kunnen maken rondom het eiland 'Koh Trong', in het midden van de Mekong rivier.
Een minder welkome verrassing was de hevig jeukende warmte-uitslag. Precies op de plekken waar mijn daypack over de huid schuurde. Vervelend! 1-0 voor moeder natuur.
De laatste dag een motorbike-tour geregeld, voor een grote loop langs de oost- en westkant van de rivier. Te beginnen met een boottocht om de zeldzame en bedreigde 'Irawaddy' dolfijnen te spotten. Er zijn een aantal stromen waar ze vaker worden gezien. Bij een van die versnellingen kregen we de kans om er een aantal van heel dichtbij mee te maken. Bijzonder moeilijk om foto's van te schieten; voor je het weet duiken ze weer weg. Net een flipperkast!
Van het ene waterdier naar de andere; schildpadden. Die waren verscholen in het veilige 'Turtle Conservation Center'. Daar werden de 'Teenage Mutant Ninja Turtles' fysiek getraind om hun menselijke belagers van zich af te slaan. Voor het mentale en spirituele deel konden ze terecht bij de nabijgelegen '100 pillar pagoda', die er overigens meer dan 100 heeft. Don't ask.
Na een schuilsessie voor de helse hoosbui (handig zo'n tempel), zijn we met motorbike en al naar de overkant van de Mekong gevoerd. Van daaruit over zeer slechte, glibberige blubberpaden helemaal gereden ter hoogte van Kratie. Onderweg traditionele dorpjes met verbaasde inwoners passerend.
Het was me al gauw duidelijk dat hier niet zoveel toeristen kwamen. Het voelde authentiek en dat merkte je ook. Overal waar je kwam werd je aangegaapt. Alsof ik in mijn nakie op de motor zat!
Gelukkig niet, want ik was me vergeten in te smeren met zonnecreme. Zodoende mijn gezicht een beetje verbrand. Stel je voor dat dat met je zakie gebeurd...ouch.
Als klap op de zag ik een kokosnoot een snoekduik maken richting kale kop. Het had niet veel gescheeld of de betreffende man zou voortaan als 'conehead' door het leven gaan.
Een dollar of twee, stalactiet en een 'one way ticket to hell'.
Raad eens wat een bed kost in een compleet onbezet guesthouse te Kampot...
Twee-en-een-halve dollar! En dan heb je 7 vrije bedden, 2 toiletten en 2 douches om uit te kiezen. Wat een luxe, haha.
Een praatgrage belg runde het zaakje, waar het niet heel erg storm liep. Misschien moet ie er ook een friettent bij openen. Dat zou opzienbarend zijn in Cambodia. Goed voor de klandizie ;)
Een steengoed bakkerijtje was er al in het stadje, dat meer aanvoelde als een dorp. Sinds de heerlijke geur van versgebakken brood en broodjes mijn neus had bereikt, was ik vier dagen lang vaste klant. Jammie!
Omdat reizen in Azie meer is dan alleen voordelig volvreten, heb ik dezelfde dag nog een tweewieler gebietst (gratis bij guesthouse) en ben naar de 'Salt Plains' en 'Phnom Dong' gefietst. Beiden gelegen op een schiereiland, gekenmerkt door rood-oranje dirtroads, rijstvelden, en een lading zout waar ze zelfs bij McDonalds lang mee vooruit zouden kunnen.
Een omgeving volledig onverkend door toeristen, die ik dan ook geen heb gezien. Ben wel in aanraking gekomen met lokaal nieuwsgierig gevleugelte. In plaats van weg te rennen voor deze barbaarse carnivoor te fiets, kwam het beest onbevreesd een kijkje nemen. Iets te dichtbij, waardoor het arme dier in de gehaktmolen met de gevreesde naam 'de Spaak' werd getrokken. Soepkip!
Na een korte circusact in de hamstermolen vloog ze hondsdol de struiken in. Enkele veren minder, maar verder nog goed voor de 'chicken luk lak (soms gespeld als; lol lak)'. Een heerlijk gerecht uit de Khmer-keuken. Te bereiden als verschillende varianten; beef, pork, chicken en zelfs shrimp. Misschien eens thuis uitproberen?
Maar goed; to the point. Op deze bloedhete dag eindigde ik bij de kust op een plek waar een vervallen picknickhutje stond te vergaan. Ideaal om even de schaduw op te zoeken, pen en papier erbij te pakken en creatief te wezen. En zo werd verhaal nummer 40 op mijn reislog geboren. Nooit gedacht dat ik zoveel zou schrijven binnen 5 maanden. Je kunt niet zeggen dat ik jullie niet op de hoogte houd, haha.
Daags later zou ik op worden gepikt voor een tour naar 'Bokor Hill Station' en omgeving, inclusief een rivierboottocht met gratis zonsondergang. Wow :P
Een half uur na afgesproken pick-up tijd was er echter nog steeds niemand komen opdagen. Heb toch maar mijn guesthouse laten opbellen naar de agency, met de vraag waar ze bleven. Waren ze me gewoon vergeten! De bus was al ergens halverwege de berg. Mooi is dat...
Maar geen nood; een man met motorbike haalde me alsnog op en reed me naar waar de bus langs de weg stond. Fijn dat ze op mij hebben gewacht dacht ik, totdat bleek dat ze pech hadden gekregen. Balen.
De chauffeur was ook niet al te behendig en voorzichtig met de versnellingen en schakelen daartussen, merkte ik later. Misschien zat daar de oorzaak van het probleem wel.
Om geen tijd te verdoen stelde de gids voor om een alternatieve route te nemen. Een oud en lang ongebruikt pad naar een of ander buddha-beeld en 'Black Palace' (een cluster verlaten gebouwen van de voormalige koning).
Met de gids al wild om zich heen houwende hebben we ons een weg gebaand door de jungle en uiteindelijk het doel bereikt. Daar aangekomen zagen we het busje al staan. Snel gerepareerd!
Na een lunch bij een, onder Cambodianen, populaire waterval werd een klein kerkje aangedaan. Ne als het paleis was deze verlaten en langzaam aan het vergaan. Heilig maakt nog niet eeuwig.
Ook het casino, dat daar niet ver van was verwijderd, verkeerde nog niet zo lang geleden in slechte staat. Deze zijn ze helemaal aan het renoveren, waardoor er uiteindelijk weinig moois meer van over zal blijven. Het verleden (ooit een outpost van de Khmer Rouge) wegpoetsend met beton en pleisterwerk. Pictoresque word het er niet op.
Gelukkig kunnen ze het magnifieke uitzicht over de zee, waar je zelfs het Vietnamese 'Phu Quoc island' kon zien, niet verprutsen. Dat was namelijk echt spectaculair!
Niet voor niks dat er de nodige mensen, die al hun geld in het casino waren kwijtgeraakt, hier naar beneden zijn gesprongen. Geen andere uitweg meer zien dan een duik in een bodemloze put. Blijft een gok he.
Gauw zal dit gebied weer hordes verslaafden en steenrijken der aarde aantrekken. Na het zien van de plannen in de vorm van een grote maquette was ik daarvan overtuigd.
Het zien van de zonsondergang, vanuit een bootje op de rivier, bracht weer nieuw licht en een sprankje hoop voor de toekomst.
De laatste dag besteed in 'Tekchou Falls', wat eigenlijk gewoon een dam bleek met een stroomversnelling. Wauw; verwacht daar maar geen foto's van ;)
Na een vluchtig bezoek aan 'Het Bakkerijtje', waar ik veel te veel broodwaren had ingekocht, de bus naar Battambang binnengestapt. Jammergenoeg was een rechtstreekse rit niet meer te boeken, en zodoende moest er overgestapt worden in Phnom Penh.
Aldaar werd bij het verzilveren van het ticket duidelijk dat er geen aansluitende lijn was.
'Twee uur wachten', zei het vrouwtje achter de toonbank. 'Wat een verrassing', dacht het mannetje aan de andere kant van het glas.
Afijn, de tijd tikte weg. De figuur die langs me kwam zitten in de betreffende bus tikte echter niet. Toen ik enterde wilde hij graag een praatje maken. Nou heb ik normaal gesproken geen moeite om iemand in de ogen te kijken tijdens een gesprek, maar dit keer werd ik afgeleid. En wel door een gigantische pork die uit zijn neusgat hing te bungelen. Op een gegeven moment voelde hij de stalactiet zitten en besloot daarop z'n hele neus leeg te peuteren. Smakelijk eten, vieze vent.
Gelukkig werd me verder leiden bespaard, toen een Cambodiaans leeftijdgenoot vroeg of ik naast hem wilde zitten om engels te oefenen. Graag zelfs!
Toen we het eindstation in Battambang naderden stonden de tuktukkers al te springen om een nieuwe klant; letterlijk en figuurlijk. Van rustig nadenken over een slaapplek was geen sprake, want je werd meteen overrompeld. 'De goedkoopste bieder wint' riep ik uit. Dat was duidelijk, dacht ik zo.
Een beetje concurrentie is altijd gunstig voor de prijs, die met $1,5 weer aan de belachelijk lage kant was. Een nieuw record!
En daar kreeg je nog een goed bed, zonder vlekken of beesten, voor ook! Ok, de douchekop ontbrak en er was geen wastafel, maar daar viel mee te leven.
Dag erop geen donder uitgevoerd. Alleen een beetje rondgedoold en 's avonds een 'special fried rice' (met allerlei soorten vlees en vis) besteld en een custom made 'orange-chocolate icecream-shake' laten maken. Doe maar decadent, haha.
Ohoh, ook hier weer een lekker bakkertje gevonden in de ochtend. Met een baguette al in de hand en een fototoestel in de ander heb ik het treinstation van Battambang bewonderd. Over vergane glorie gesproken: de enige stukken spoorlijn die nog worden gebruikt in dit land zijn die waar de befaamde 'bambootrain' overheen scheurt. Die mag je trouwens absoluut niet missen als je in deze stad bent. Zeker als je van een gestoorde, veel te harde, gevaarlijke dodemansrit houd met een sterk vergrote kans op overlijden. Jezus, wat was dat eng! Het spoor was zo recht als een dronkelap kan lopen na 40 bier. Een ervaring van de categorie; een keer en dan nooit meer.
De andere sights op deze 8 uur lange tuktukdag waren minder spannend, maar minstens zo uniek.
De dag was begonnen met een verlaten Pepsi-fabriek, waarna ik gevoerd werd aan de kleine krokodilletjes in de crocodile-farm. Vervolgens door naar een tempelcomplex met de naam 'Wat Ek Phnom' (hindoeistische ruine met buddhistische tempel ervoor gebouwd). Interessante combinatie!
Via een kleine omweg een stel bomen bereikt waar honderden 'fruitbats' aan de takken hingen. Aan het wachten tot de bananen naar ze toe kwamen vliegen. Stelletje apen.
Volgende stap was 'Wat Sampeau', waar de Khmer Rouge een 'one-way cave-exploring' tour hadden geintroduceerd. Naar beneden, en nooit meer terug; getuige de vele schedels bij het monument.
Bij het vallen van de avond voor een immense grot gewacht totdat duizenden vleermuizen zouden uitvliegen, op zoek naar voedsel. Wat een schouwspel...en een stank.
Bij terugkomst in de stad een Battambang-burger en Battambang-shake besteld. Leuk woord woord he; 'Battambang'. Klinkt zo lekker :)
Killing Fields, 'Robinson Crusoe meets Indiana Jones' en een fortuneteller.
Eerste avond in Cambodia een Australische en Amerikaan ontmoet bij een expat restaurant. Vooral die laatste bleek enorm interressant! Hij had 10 jaar lang over de hele wereld gereisd en kon daar mooi over vertellen. Goede bron van informatie, hoewel ietwat gedateerd. Praten kon ie goed, maar luisteren... Dat heeft hij denk ik onderweg vergeten mee te nemen.
Volgens mij is dat gebrek overigens cultureel bepaald. God bless America.
Na mijn oren even ter ruste te hebben gelegd, ben ik de volgende dag meteen naar de ambassade van Laos gegaan voor een visum. Het was me namelijk niet duidelijk of je die aan de grens kon krijgen of vantevoren moest regelen. Zodoende het zekere voor het onzekere genomen en maar weer eens wat geld over de balk gegooid. Achteraf hoorde ik van iemand dat het waarschijnlijk wel mogelijk was bij de grens. Maar ja, daar was ik niet meer mee geholpen. What's done is done.
Tussen de aanvraag en het ophalen zat nogal wat tijd, die ik heb weten te doden met een bezoek aan het 'Royal Palace' en naastgelegen 'Silver Pagoda'. Een perfecte binnenkomer in de Khmer-cultuur en architectuur.
Van de Khmer naar de Khmer Rouge; een verschrikkelijk verschil. Dat merkte ik de dag erop wel, toen een tuktuk-tour me bij het 'Tuol Sleng Museum' (oftewel gevangenen/martelkamp S21) dropte. Om het verhaal en de beelden kracht bij te zetten, liet een van de zeven overlevenden zich ook nog even zien.
En dit was nog maar het begin van de ellende.
Wat volgde was een slentertocht, onder leiding van een audioguide, door de 'Choeung Ek Killing Fields'. Een gigantisch contrast tussen heden en verleden.
Je loopt daar door een mooi en vredig parkje terwijl de stem je ondertussen verteld over de gruwelijkheden die er zijn begaan.
Over lijken lopen kun je hier heel erg letterlijk nemen. Het stikte er van de massagraven, waar kleding van de slachtoffers uit de grond tevoorschijn komt (door regen) en menselijke botfragmenten een zijn geworden met de natuur. Wat een afschuwelijke plek, die je gauw uit je geheugen wil gummen.
Aan het einde van de tour kwam 'Wat Phnom' in zicht, een buddhistische tempel gebouwd op de enige heuvel in de stad. Een plaats van bezinning, waar regen de zware emotionele lading van het verleden wegspoelde.
Wat eigenlijk een dag met feestelijke stemming zou zijn (4 augustus; twee jarigen), werd er een om nooit te vergeten.
Van de recente geschiedenis naar de eeuwenoude Khmer-historie, met een bezoek aan het 'National Museum' (word haast traditie in iedere hoofdstad). Prachtig gebouw en evenzo bijzondere collectie.
Voordat ik deze stad achter me liet moesten er nog wat dingetjes gekocht worden, ter herinnering. Waar anders kan dat beter dan op de 'Central Market'. Dit toeristenparadijs voorzag ruim in alles wat je maar kon wensen; boeken, kleding, schoenwaren, prullaria en de nodige kitsch. Daar heb ik dan ook flink de beurs opengetrokken en, met het schamele beetje geld dat erin zat, een shitload aan souvenirs gekocht. I love Asia :D
Dat word weer wat naar huis mailen; niet de eerste keer deze reis. Bij terugkomst moet er vast een extra vitrinekast bij worden gezet!
De volgende bestemming zou 'Kep' worden. Een voormalige franse koloniale kustplaats die in verval is geraakt, en nu pas begint te herleven. Dat betekende veel oude verlaten gebouwen en weinig faciliteiten.
Shit; ook geen ATM dus! Nog vroeger op moeten staan dan noodzakelijk om even flappen te tappen. Zucht. Nog net op tijd terug voor de pick-up naar waar de bus zou vertrekken.
Na enkele uurtjes rijden aangekomen in een lang, uitgestrekt, dorp dat graag vroegere tijden wil laten herleven. Grote ambities, maar gelukkig nog geen massatoerisme.
Aan het ene uiterste van de weg (oosten), langs de kust een guesthouse betrokken en direct informatie gaan inwinnen voor de overtocht naar het nabijgelegen 'Koh Tonsay'.
Na de beste bieder een bedrag te hebben overhandigd ben ik, via een pad met de toepasselijke naam 'Stairway To Heaven', naar 'Sunset Rock geklommen'. Meanderend door de jungle naar een uitkijkpunt waar de zonsondergang de moeite waard zou zijn; onderweg een nonnenklooster en verscheidene Buddha's passerend.
Zoals de naam al aangeeft had Sunset Rock de potentie voor een schitterende zonsondergang. En hoewel deze deels werd verpest door bewolking, ben ik daar tot ver na 'sluitingstijd' gebleven. Het was inmiddels al pikkedonker geworden. Ideaal om sterren te kijken, maar niet om jungle te doorlopen zonder licht. Maar je bent geen backpacker als je niet ook een lampje op zak hebt. En gelukkig zat die in de goede zak :P
Met behulp van mijn life-saver, die een ruige nacht in de rimboe hielp voorkomen, heb ik de weg teruggevonden naar civilisatie.
Om de dag erop weer terug te keren naar een basic bestaan op een exotisch eilandje.
Met een bootje vol backpackers en dagjestoeristen maakten we de oversteek naar het 'Robinson Crusoe resort'. Door weer en wind werden de golven hoog opgestuwd en dat betekende wildwater-varen met waterige waren als gevolg. Bij mij maakte dat weinig verschil, want mijn tas hadden ze bij het inladen al per ongeluk 'gebaptised'. Kwamen de waterdichte zakken weer eens goed van pas!
Het exotische Koh Tonsay staat ook wel bekend onder de naam 'Rabbit Island'. Waar dat op slaat; ik zou het niet weten... Heb geen konijn gezien daar, maar het was wel een paradijsje ;)
En voor de prijzen hoe je het ook al niet te laten. Meestal zijn die in afgelegen moeilijker te bereiken gebieden behoorlijk hoger, maar dat was hier zeker niet het geval. Onverwachts kwam ik nu voor de keuze om langer te blijven. Daar kon ik mooi over nadenken tijdens een ronde om het eiland, die een ploetertocht werd.
Een half uur na de start van deze wandeling, die haast niemand maakt, begon het hevig te regenen. Niet zo erg als je in zwembroek loopt, ware het niet dat ik uiteraard ook alle valuables bij me had. Schuilen tot de bui overtrok...maar waar?
Een 'fishermans shack', waar op dat moment niemand was te bekennen bleek de enige optie. Zodoende keuze snel gemaakt.
Na een half uurtje de binnenkant van dit hutje te hebben mogen aanschouwen hield het plensen op, en kon ik weer veilig verder; over zand- en kiezelstranden en overwoekerde junglepaden. Alles goed en wel, totdat messcherpe rotspartijen de doorgang bemoeilijkte, gevolgd door mangroven en zelfs moerasgebied.
De natuur maakte het deze avonturier behoorlijk lastig, maar als een echte rimboe-ridder heb ik me staande weten te houden. Soms nog maar net; met een been in de modder en de ander in m'n nek.
Als held geef je natuurlijk geen kik bij een schaafwond, schram of beurse plek meer of minder. Sterker nog; daar geniet je van! En dat deed ik ook. Het was een uitdagende en avontuurlijke tocht die ik niet had willen missen. Bovendien gecompleteerd met een mooie zonsondergang over zee, gevolgd door diner op het strand. Wat wil je nog meer?
De beslissing om nog een extra nacht langer te blijven was dan ook zo gemaakt.
Het donker van de avond deed al gauw zijn intrede, en op een eiland zonder electriciteit betekend dat vroeg onder de zoden. Er was overigens wel een generator, die electriciteit leverde tussen 18.00u en 22.00u, en zo bedtijd een paar uur uitstelde. Daarna was het over en sluiten. Niet erg hoor, want ik was wel toe aan rust in mijn eigen strandhut.
Midden in de nacht werd ik wakker van iets. Niet omdat het zo luidruchtig was, maar omdat het over me heen kroop. Het voelde groots aan en was vliegensvlug. Omdat je mij niet blij maakt met onverwachts dierlijk bezoek sprong ik overeind en sloeg het van me af. Eeekkk! Kakkerlakken; een stelletje nog wel. Welcome to the jungle.
Heb de ongenode gasten de deur uit gemept en het hele bed uitgekamd op zoek naar verwanten. Toen de kust veilig was de klamboe om me heen geslagen en erop gaan liggen. Daar kwam geen monster meer doorheen. Wel werd ik nog even aan het twijfelen gebracht om een dag langer te blijven.
Wat zou Indiana Jones doen? Vechten of vluchten...
'Zolang hij zijn hoed nog op z'n hoofd heeft kan ie alles en iedereen aan'. Dat is waar! Ik zette mijn onverslaanbare hoofddeksel op en dommelde vanzelf weer in een diepe slaap.
Het leek wel dierendag vandaag...
Ga ik 's ochtends lekker zitten boetseren op de primitieve plee, komt er een schorpioen een kijkje om de hoek nemen. Zeker een nieuwsgierige kunstliefhebber. Heb hem al blazende (wat moet je anders als je pas halverwege bent) duidelijk gemaakt dat het moment wel ongelegen kwam. De kunstmatige wind die ik produceerde was genoeg om het dier een paar tellen later uit zicht te laten verdwijnen. Niettemin was ik verrekte snel klaar met mijn 'piece of art'.
's middags, voordat ik op pad ging, nog even wezen pimpelen in hetzelfde hokje. Sta ik daar netjes in de pot te mikken, siddert er een slang naar mijn tas, die ik even op de grond naast me had gezet. Van schrik bijna over het hele zooitje staan sproeien!
Ook die toiletsessie weer gauw afgerond, kun je je wel voorstellen.
Bij het vallen van de avond nogmaals bij hetzelfde restaurantje gegeten als de dag ervoor. Logisch, want er was natuurlijk ook niet veel keus. Daarna opgemaakt en ingepakt voor wederom een nacht in Jurassic Park. Hopelijk nu geen intelligente insecten, met scharen zo groot als waarmee koningin Beatrix linten moet knippen. Dat zou vervelend zijn.
Bij het vertrek van 'Gilligan's Island', de volgende dag, werden we uitgezwaaid door een school kleine vissen, die als dolfijnen uit het water sprongen. Daaag!
Terug in Kep een luxere hut bewoond, en van daaruit gaan lopen naar de touragency die ik inmiddels kende. Halverwege werd ik ingehaald door twee gehelmde witte dames op motorbikes. Ze stopten tientallen meters voor me en bleven achterom kijken. Die zijn vast verdwaald dacht ik, en liep naar ze toe. Toen ik naderde en binnen gehoorafstand kwam, vroegen ze of ik een lift nodig had. 'Awel zeg, nog maar een paar meterkes te gaan. Maar he, waarom ook nie'.
Bleken Belgische lady's te zijn die een dagje aan het touren waren door de omgeving. Heb ze wat tips gegeven aan de hand van een kaartje, en op de hoogte gebracht van mijn idee om in en rondom Kep N.P. te lopen, alvorens vaarwel te zeggen. Na anderhalf uur dolen in het park kwamen de Belgen me weer voorbij gereden. Al stuntelende over het hobbelige pad vroeg een van de twee; 'moet ze u voeren?', doelend op haar metgezel. Nou nee hoor, dat kan ik zelf ook wel dacht ik. Nog een beetje te vroeg voor voedertijd bovendien.
Om te ontcijferen wat ze het over had moest ik even, heel bewust, omschakelen naar de taal van onze zuiderburen. Ooh, ze bedoeld natuurlijk of ik nogmaals mee wil rijden!
'Ik loop wel lekker', was mijn antwoord. Daaag!
Waarna de onervaren motorrijders iets te enthousiast gas gaven, door een aantal gaten in de weg beukten, en bijna onderuit gingen. Ik keek ze de hoek om en bedacht de juiste keuze te hebben gemaakt. Heb Vietnam overleefd op een motorbike en wilde nu niet alsnog verongelukken, achterop een tweewieler. Dat zou wel heel erg idioot zijn.
Nog vreemder dan de, uit het niets opdoemende Indiase fortuneteller (met gevolg), zou het niet meer worden. De man voorspelde geheel vrijblijvend mijn toekomst, terwijl ik op de bus aan het wachten was die me naar Kampot zou brengen. Volgens mij had ie iets teveel 'happy herb' pizza's geheten.
Experimentje, ettertje, en de ene verrassing na de andere.
De allerlaatste bestemming in Vietnam; 'Chau Doc', was me er eentje. Bij aankomst door motortaxi naar hotel van mijn keuze laten brengen, waar de chauffeur in kwestie ook deel van uitmaakte.
Aldaar een kamer bezet, spullen neergezet en naar beneden gelopen met de vraag om een plattegrond van het stadje. Die hadden ze wel; perfect. Bij de open lobby van het hotel was ik de kaart aan het bestuderen toen Frits en Yannick binnenliepen. Nee he, niet weer, haha!
En zo waren we weer in staat om ervaringen en verhalen uit te wisselen, onder het genot van een zeer voordelig en smakelijk diner op het marktplein.
Na de social update zijn we weer uit elkaar gegaan en ben ik een zoektocht gestart naar een lekker ijsco. Dat bleek een teleurstelling, want de zaken die nog open waren misten goed ijs of waren door hun voorraad heen. Nou ja, jammer dan.
Bij de voortzetting van de tocht, die uitliep op een ronde door de stad, werd ik ietwat verlegen aangesproken door een Vietnamees. Aah leuk dacht ik, wil er weer een engels oefenen. Maar dat hoefde niet; hij was namelijk zelf engels docent. Een hele praatsessie later vroeg hij me om mee te gaan naar een bar, waar we dan onder het genot van een biertje het gesprek konden voortzetten. Nee dank je, had ik niet zo'n behoefte aan.
'Morgen dan naar massagesalon' was het volgende nogal bizarre idee. Nee dank je, heb andere plannen. De voorstellen werden vreemder en vreemder...
Waar gaat dit heen dacht ik nog, toen hij op fluistertoon overging en het hoge woord eruit kwam. Met zachte stem vertelde hij dat ie bisexueel was.
Samen met zijn maat zocht hij, bij wijze van experiment, een westerse blanke om de nacht mee door te brengen. Of we niet samen lekker bij konden kletsen op mijn kamer... Waaahhh; NEE dank je!
Ben hetero en ook weer niet zo openminded, haha. Heb de twee vriendelijk gebonjourd en me vlug uit de voeten gemaakt.
Een dag later was het weer eens tijd voor een mooi parkje. Lekker aan de waterkant, in de schaduw van een of ander kunstwerk (is het toch nog ergens goed voor). Terwijl ik daar zit te schrijven, met mijn waren netjes uitgestald, trekt de schaduw meer volk aan.
Een moeder met haar, naar schatting anderhalf jarig ettertje, komt vlak langs me zitten. De ogen van het onderkruipsel beginnen te glinsteren bij het aanzien van alle op de grond liggende kostbaarheden. Hij baant zich al snel een weg naar mij en m'n goodies, en begint naar het papierwerk te graaien. Vast om te kijken of er ook bankbiljetten tussen zaten.
Toen hij doorhad dat er wat dat betreft niks te halen viel bij deze arme jongen, pikte hij maar mijn cijferslot. Nee, het was geen geniaal kind... Ik had het slot langs mijn tas gelegd.
Meneertje was er even zoet mee, maar al gauw weer ontevree met de buit. Wat ie ook deed, het ding gaf geen kik en ging niet kapot. Als kind gaat de lol er dan ook snel vanaf; zo ook bij deze vlegel.
Van alle inspanning had ie blijkbaar dorst gekregen en, onder het mom van zelfbediening, een fles water gepakt. Die van mij welteverstaan.
'Zeg lullo, het is hiero geen marktkraam! Betalen manneke.'
Het keteltje kijk me nonchalant aan, flikkert de gestolen spullen op de grond, trekt brutaal mijn sandalen aan (die ook los lagen) en loopt er op weg. Schooier!
Het nadeel van 'old fashioned' post op de bus doen is dat het je, tijdens het regenseizoen, weleens een nat pak kan kosten. Zeker als je naar een vestiging loopt, een eindje buiten de stad. Een filiaal die ook nog eens gesloten was in verband met lunchpauze (11.30u - 13.30u). Slow-food ook hier steeds populairder?
Omdat wachten ook zo zonde is van de tijd, heb ik de dichtsbijzijnde engels-sprekende gelokaliseerd en de weg gevraagd naar een ander postkantoor.
Een kaart van de stad komt dan ook altijd goed van pas en zodoende haalde ik die tevoorschijn. De man wees behulpzaam naar een punt midden in het centrum van de plaats.
Huh? Is er ook een kantoor in het centum? 'Ja, dat is de hoofdvestiging', zei hij vriendelijk. Ooh nee, wat een blunder! Had het niet eens gezien bij het bestuderen van de map, voordat ik op weg ging. Shame on me, haha.
Bij gebrek aan een postkoets ben ik zelf maar terug gaan lopen richting centrum. Ongeveer op de helft van de route, oftewel 'the point of no return', begon de wind sterk toe nemen en kwam er een enorm donker front uitgerekend mijn kant op. Dan weet je genoeg...
Het regenseizoen vond het tijd om weer eens wat van zich te laten horen, met een plensbui van jewelste. Maar waarom moet dat altijd als je in 'the middle of nowhere' bent? Ach ja, wel lekker verkoelend :)
Omdat ik 'El Nino' niet beter wilde leren kennen ben ik uit Vietnam gevlucht. Over het water nog wel. Het eerste stuk, tot aan de grens met Cambodia, met een slowboat en daarna met een zogenaamde speedboat. Voordat die vertrok heb ik, samen met alle andere krenten (gratis tour) een floating fishermans house, cham village en weverij bezocht. Boeiend!
De grenspost aan Vietnamese zijde was niet meer dan een drijvend gebouwtje, waar de zaakjes wel eens eventjes zouden worden geregeld. Dat eventjes groeide uit tot de nodige uren, want een Amerikaanse had geen lege pagina's meer in haar paspoort. En ja, waar moeten ze dan dat stickertje plakken en stempelen...
Het bleek slechts een voorproefje van wat een hele lange dag zou worden. Een eeuwigheid mag je wel zeggen, en zo voelde het ook. De slowboat was nog net sneller dan een scootmobiel. En de speedboat, tjah; snel is anders.
Normaal gesproken duurde de trip naar Phnom Penh ongeveer 5 uur, maar 'normaal' hebben ze hier nog nooit van gehoord. 9 uur later kwam er dan toch land in zicht. Land met een prachtig paleis en pagoda. Het eerste beeld van Cambodia deed alle ellende vergeten. Het was wel stilletjes op de Mekong, toen we eenmaal Vietnam uit waren, maar dat zal zeker veranderen na het aanmeren in deze hoofdstad.