Can Tho
My Tho & Vinh Long
Ho Chi Minh City 2
'The day after' heb ik de gedeserteerde kledingstukken gelokaliseerd en onderworpen aan een ellenlange ondervraging. Dat was nodig om te achterhalen wat hun beweegredenen waren, zodat we dit soort praktijken de volgende keer kunnen voorkomen.
Na een ruwe behandeling wist 'De Pyjama' te vertellen dat ie zich had verscholen bij de gevonden voorwerpen. Zijn vriend en medeplichtige; 'De Sok' zat ondergedoken bij de was van iemand anders. Ze hadden elkaar tijdens de vlucht uit het oog verloren en waren beide in een compleet andere wereld beland. De ene rebel (noem hem maar Mr.P) was, gezien de feiten, vertrokken zonder te weten waarheen. Hij heeft overhaasd een verkeerde keuze gemaakt, of werd geforceerd de wil opgelegd. Hoe dan ook; ik vond hem in het vluchtelingenkamp, waar gelijkgestemden bij elkaar waren gepropt in plastic zakken. Plastic zakken! Stel je voor zeg...
De omstandigheden waren ronduit erbarmelijk; vermagerde, doorleefde, verrimpelde, vieze en stinkende stoffen bij elkaar. En dat rook je. Sterker nog; zo ben ik hem op het spoor gekomen. Het moet hels zijn geweest! Zonder te worden geinformeerd, of uberhaupt een keuze werd gelaten, gingen alle gevangenen uiteindelijk stuk voor stuk achter glas en grendel. Om te verdwijnen voor een oorwassing met onhoudbare g-krachten.
De andere rebel (Mr. S) had het heel wat beter getroffen. Het leek wel of hem een beauty-arrangement cadeau was gedaan. Hij zag er tenminste verzorgd, netjes en uitgerust uit. Je zou er zo mee voor de dag durven komen. Omdat vieze en schone inmates niet bij elkaar kunnen worden gezet heb ik Mr.P, die duidelijk zijn vuile goed aan het buitenhangen was, in het geheim overgebracht naar de repatrieringsfaciliteit voor een grote beurt. Daar hebben ze hem even een eco-friendly lesje geleerd over wateren en bewaterd worden. Zo was het snel gedaan met de praatjes en ging ie vrijwillig mee terug naar zijn maat, die al lekker en wel gevouwen zat.
Tijdens een flinke wandeling, langs historisch belangrijke spots in de stad, werd ik aangesproken door een Thaise man. Na de gewoonlijke vragen als; waar kom je vandaan etc. vertelde hij dat ie heel toevallig een (schoon)dochter bleek te hebben die van plan was om in Amsterdam te gaan werken. Hij vroeg of ik tijd en zin had om met haar en de familie informatie uit te wisselen over Nederland. Leek me leuk, maar het verhaal voelde vreemd, en iets hield me tegen. De man bood aan om me naar het huis van een familielid te brengen, waar de vrouw in kwestie dan ook zou zijn. Doodeerlijk zei ik meteen nooit zomaar met iemand anders mee te gaan. Zie het maar als een voorzorgsmaatregel. Klinkt misschien kinderachtig, maar beter het zekere voor het onzekere.
Als alternatief stelde ik voor om op een publieke plaats, zoals een cafe of restaurant, af te spreken. Daar stemde hij mee in en zou me diezelfde dag nog mailen om een afspraak te maken. Maar nee hoor; niks meer van gehoord. Of ik was erg onbeleefd geweest door een uitnodiging te weigeren, of het was een scam.
Later erachter gekomen, middels gesprek met een local, dat het hoogswaarschijnlijk een tourist-trap was. Een scenario die er zo uit zou zien: je word als nietsvermoedend zwak lam naar een huis gebracht en sociaal vastgezet. Letterlijk en figuurlijk; in een hoek achter een goktafel, waar je je dan min of meer gedwongen voelt om met de aanwezige mensen casinootje te spelen. Je zet geld in wat je uiteraard altijd meteen verliest. De andere spelers zitten namelijk, verrassend genoeg, ook in het complot. Een smerige en sluwe manier om iemand te beroven!
Maar goed; ik heb de self-employed citytour vervolgens uitgebreid met een bezoek aan het 'History Museum' die, voor een belachelijk lage entreeprijs, niet gemist kan worden. Weer bijna bij het hotel begon het keihard te regen en ben ik door het eerste de beste open deur gesprongen; een tourist agency. Een verbaasd gezicht verwelkomde me en vroeg; 'Do i know you?' Nee, niet dat ik weet. 'Do i know you?' vroeg ik aan haar. Nee, zei ze. En daarmee was het ijs meteen gebroken, haha. Het voelde even als een westernfilm, waar twee triggerhappy cowboys tegenover elkaar staan. Met de hand boven de revolvers, in afwachting wie de eerste beweging gaat maken. Spannend!
Vanwege de regen, en de gezelligheid, heb ik er een paar uur doorgebracht. Als zogenaamde potentiele klant danwel, want ze was officieel nog gewoon aan het werk. Op mijn vraag wat nou echt een goede manier was om locals te leren kennen, adviseerde ze me naar het dichtsbijzijnde park te gaan. Daar zou je als foreigner gewild voer zijn om engels mee te oefenen. Dat leek me nou eens een geweldig plan, en tevens nuttige tijdsbesteding! Een soort van vrijwilligerswerk zullen we maar zeggen.
Zittend op een bankje in de schaduw strooide ik mijn onweerstaanbare blanke charmes uit en lokte daarmee al gauw een student die zijn engels wilde verbeteren. Niet lang daarna kwam de ene na de andere gemotiveerde vogel aangevlogen, om wat mee te pikken van de gratis les. Het zijn net duiven; je strooit wat voer en als de eerste eenmaal van je schoenen aan het eten is volgt de rest vanzelf. Laten we alleen hopen dat ze je niet onderschijten ;)
Vier uur later besloten we dat het tijd was om uit te vliegen. Veel lol gemaakt en gelachen; heb ervan genoten! De leergierige jongen waren weer wat wijzer, alsook de 'oude' uil. Misschien had hij er nog het meest van opgestoken...wie weet.
Een van de gevleugde vrienden vroeg of ik nog een keer tekst en uitleg wilde geven deze week. Vooruit dan; heb toch tijd zat. Voor de middag erna afgesproken met wie er dan ook maar zin in had.
De volgende ochtend was ik bij de goedkoopste agency een tour aan het boeken toen, heel toevallig, Frits en Yannick binnenliepen. En zo kwam het dat we, een dag later, gezamenlijk naar 'My Tho' af zouden reizen. Maar eerst nog een even een lesje engels doceren! Ik had Frits en Yannick blijkbaar ook nieuwsgierig gemaakt, want ze verrasten ons in het park met een bezoek. Dit tot groot genoegen van de studenten, die nu 3 bleekscheten als freelance teachers hadden. Je kunt je wel voorstellen dat de groep alsmaar groter werd, en daardoor draaide het uiteindelijk uit tot 'gezellig kleppen'. Ook niet mis natuurlijk, en wederom een unieke en interessante ervaring!
Ho Chi Minh City & Cu Chi
Ladyboys, boobytraps en zieke plaatjes.
Nog maar net in Saigon en nu al aangesproken door de eerste ladyboy, die mij wel eventjes alle hoeken en gaten wilde laten zien. Nee dank je, de Lonely Planet kopie voldoet prima voor dat doel, al is die ook dubbelzijdig afgedrukt.
Al meer dan 6 weken in dit land en nu pas een Vietnamese pancake gegeten; schandalig lekker. De gastronomische kaart is hier trouwens nog net wat uitgebreider dan in Hanoi, en daarbesloten we extra goed van genieten. Vooral omdat er weinig variatie zat in ons dieet van de afgelopen weken. Die bestond namelijk uit 'Com Pho' (noodlesoep bestaande uit bouillon met noodles) en af en toe wat rijst met prut; ontbijt, lunch en diner. Veel anders was er niet te verkrijgen op de Ho Chi Minh trail. Dat was toch wel even afzien, een aantal weken lang. Ondanks dat ik een echte liefhebber ben van de aziatische keuken, kwam op een gegeven moment vooral de noodlesoep mijn strot uit. En ik was niet de enige.
Om de verkoop van de bikes, en daarmee het einde van ons motormuizen-avontuur te vieren, besloten we als trio een dineetje te houden. Een pizza calzone, twee mexicaanse gerechten en een biertje of wat later vroeg ik de rekening. Frits en Yannick hadden namelijk nog een etentje van mij tegoed, bij wijze van cadeau en bedankje, voor de uitstekende tijd die we met elkaar hebben doorgebracht. Maar daar kwam niks van in hoor. Ik mocht alleen voor Frits betalen omdat ie jarig was geweest. Vooruit dan maar (je kunt ook niets slijten aan die twee), haha.
Na de maaltijd op zoek gegaan naar een cheap-ass toeristenbureautje, om een budget-trip naar de Cu Chi tunnels te boeken. Zo gezegd, zo gedaan.
Was ik de volgende dag op de afgesproken tijd in de desbetreffende tourbus gestapt, zaten die twee er niet in. Nog geen spoor van ze te bekennen toen de deuren dichtklapten en we vertrokken. Bleek later dat ze zich min of meer hadden verslapen, en een bus later hadden gepakt. Zodoende dus deeerste trip 'in me uppie' sinds weken; nouja...niet echt natuurlijk. Het was weer eens een welgeoliede toeristenmachine waar je in belandde. Eentje die overigens zeker de moeite waard was!
Alleen al de brute boobytraps en de vietcong-voorbeeldtunnel, met een lengte van 100m, maakten indruk. Op de terugweg was het mogelijk om gedumpt te worden bij het 'War Remnants Museum' ergens in Saigon, waar ik dankbaar gebruik van maakte. Het museum huistte een onvergetelijke collectie gruwelijk oorlogsmateriaal; in de vorm van foto's, verhalen en wapentuig.
Zoals eigenlijk wel verwacht kwam Amerika er niet best vanaf. Niet geheel verrassend gezien de verhoudingen tussen kapitalisme en communisme. Het verhaal word overal nogal eenzijdig vanuit Vietnamees perspectief uitgebeeld, met de meest heroische vertellingen over geweldige daden (of beter geweldadigheden) van de Vietcong. VC was de bijnaam voor de guerilla's die stand hielden in een relatief klein gebied rondom Cu Chi, op slechts een aantal kilometer van Saigon (destijds hoofdstad van het Zuiden en belangrijkste bolwerk van de Amerikanen).
Opvallend was dat veel van het verschrikkelijke beeldmateriaal geschoten was door non-Vietnamese fotografen; vaak notabene Amerikaanse professionals. Van gecensureerde snapshots zal dus wel geen sprake zijn geweest, en photoshop bestond nog niet.
Neemt niet weg dat Amerika zijn boekje ver te buiten is gegaan op de speelplaats die Vietnam heette. Alle boys-toys werden uitvoerig aan tests onderworpen, of dat nou bij een onschuldig ogend dorp was of midden in de drukke stad. Van al dat geexperimenteer genieten de Vietnamezen nog altijd na, getuige de vele duizenden doden ieder jaar door 'unexploded ordnance'. En daarbij komen dan nog alle verminkingen en geboorteafwijkingen door o.a. het gebruik van napalm en 'Agent Orange' (dat was geen nieuw energiedrankje van Coca Cola).
Kortom; van deze impressie werd je niet vrolijk.
En dat werd ook niet beter toen ik bij terugkomst in het hotel mijn bed kwijt was. Nee...hij was niet verdwenen, maar wel ingepikt! Mijn pyama was ook nog eens met vakantie gegaan, want die was nergens meer te bekennen.
Na wat geregel besloot de vrouwelijke manager me te helpen en kreeg ik een ander bed aangewezen. Overduidelijk al bezet door iemand anders, en dat leek me nou ook niet echt de beste oplossing. Vragende om tekst en uitleg kreeg ik te horen dat de betreffende persoon niet had betaald voor die nacht. Hmm vreemd verhaal...niemand betaald vantevoren, maar pas bij het uitchecken. Toen ze zag dat ik nog niet overtuigd was van de hele zaak pakte ze alle spullen van het bed en smeet zonder pardon het hele zootje op de nabijgelegen bank. Zo; een vrij bed in een handomdraai.
Hopelijk krijg ik vannacht geen draai om mijn oren als de eigenaar van de gedumpte waren terugkomt, en ziet dat er iemand anders op zijn matrasje ligt. Ondanks de, mogelijk naderende klappen, heb ik het aangedurft om het bed te bemannen. Zonder pyjama welteverstaan, want die was zoek.
Terwijl ik daar lag flitsten twee scenario's door mijn hoofd. De eerste betrof een dreun en een blauw oog; maar dat was nog de meest aangename. Minder welkom was het tweede hersenspinsel: iemand van de 'verkeerde' kant treffen die wel zin had in een verzetje, en zonder vragen hetzelfde bed in zou stappen. Nachtmerrie! Zo gezellig hoeft het nou ook weer niet te worden. Zodoende toch maar klaarwakker gebleven :P
Rond middernacht stapt een verbaasde reiziger de dormroom binnen, die lekker dacht te gaan pitten in zijn eigen vertrouwde nest. En ik was de bevoorrechte persoon die mocht vertellen dat dat mooi niet door ging. Jippiekajee!
Gelukkig bleek het een goede gozer die, in tegenstelling tot de manager, wel wist dat er nog een bed officieel vrij was. Problem solved! Al zouden we de ongewenste situatie de volgende dag nog wel eens aankaarten bij de vrouw in kwestie. Zo run je geen zaakjes.
Ja; de held-op-sokken-status ben ik allang voorbij. Dat krijg je als een van de twee de pyjama achterna is gevlucht. Zal wel iets met zweet, stank en viezigheid te maken hebben.
Misschien moet ik ze toch eens laten wassen, en een oor aannaaien. Lopen ze misschien niet meer weg.
Top Secret
Top Secret; tijd om mijn vrijwillige zwijgperiode op te heffen.
Samen met met mijn reisgezellen heb ik de weg tussen Hanoi en Ho Chi Minh City inmiddels gecompleteerd. Normaal gesproken een reis van bijna 1800 km, als je tenminste de 'snelste' en tevens toeristische route (langs de kust) zou nemen. We hebben er echter voor gekozen om via de meest avontuurlijke en uitdagende manier Vietnam de doorkruisen; de Ho Chi Minh trail.
Niet met bus of trein (rijd daar niet eens), maar met onze eigen motorbikes! Een onder backpackers steeds populairder wordende manier van vervoer. En al is het niet legaal om een motorbike te hebben of zelfs te berijden als buitenlander; ons werd verzekerd dat dat geen probleem zou zijn.
Het meest gebruikte motormodel, door en voor backpackers, bleek de Honda Win 110cc; overal te repareren en makkelijk te verkopen aan het einde van de trip. Dat klonk als muziek in onze oren, en wakkerde het enthousiasme alleen nog maar meer aan.
Na flink wat research, waardoor we veel langer in Hanoi doorbrachten dan eigenlijk bedoeld, zijn we alledrie overstag gegaan en hebben we de deal gesloten. Als kersverse en trotse eigenaren van deze stalen rossen zijn we zo het helse verkeer van Hanoi in gedoken. Niet de beste plaats om het motorrijden onder de knie te krijgen. Het was een vuurproef die je, met slechts een paar uur oefening, niet snel zal vergeten!
Hoewel we reeds 2 keer motorbikes hadden gehuurd (automatic & half-automatic) waren we nog praktisch 'rookies'. Zeker als je bedenkt dat deze beesten een koppeling nodig hadden om ze te temmen. Als een stel onervaren gekken vielen we echter niet zozeer op in de stad, want niemand heeft daar volgens mij ooit een rijles gehad. Aan verkeersregels moet je je als mechanische rijder ook niet houden, want dan word het pas echt gevaarlijk.
In het wilde westen van Vietnam geld het recht van de sterkste, en dat zijn helaas niet de motorbikes! Met name de toeristische, maar ook de lokale, bussen zijn levensgevaarlijk. Ze rijden veel te hard, halen alles en iedereen overal in en sturen je zonder pardon de berm in. Meermaals zijn we ontsnapt aan wat slecht had kunnen aflopen. Maar he; af en toe een adrenalinekick kan geen kwaad toch, haha. Het houd je gefocust en sterkt de concentratie. En die had je iedere dag voor de volle 100% nodig, want ook mens en dier wil nog wel eens zonder waarnemen de straat oplopen en oversteken.
Heb zelf bijna een botsing gehad met een andere motorbike, een vrouw zowat aangereden, en net niet over een hond gedenderd maar gelukkig slechts geschampt (noem het maar een corrigerend tikje). Je maakt wat mee gedurende een rit van meer dan 2500km, door stukken Vietnam die je normaal gesproken nooit zal zien!
Om onze geliefde familieleden en vrienden niet angstiger te maken dan ze misschien al waren, besloten we deze en andere 'details' maar niet te vermelden. Vergeef ons :)
Ik moet eerlijk zeggen; het was af en toe verdomd moeilijk om helemaal niets los te laten over onze manier van transport. Heb wel wat gelekt naar directe familie, maar met geen woord over gerept op de reislog. Nu kan het gelukkig officieel weer, nadat mijn reisgenoten de stilte hebben verbroken.
De motorbikes zijn ondertussen alweer verkocht. Zelfs veel sneller en gemakkelijker dan verwacht, maar daar hield ik wel een dubbel gevoel aan over. Van de ene kant aangenaam verrast om de 'Black Stallion' zo gauw kwijt te zijn en natuurlijk blij dat de verkoop, na een dag in deze stad, al was afgerond. Aan de andere kant lever je wel een stukje vrijheid in en ben je weer afhankelijk van anderen.
Ook al heeft het beest me een klein fortuin (denk in low-budget termen) gekost, je raakt er toch aan gehecht. Al was ik na 3 weken rijden nog steeds niet gewend aan het zadel, dat een comfortniveau had van een houten kerkbank.
Vanaf Ho Chi Minh City is het weer lekker ouderwets genieten van het openbaar vervoer. Ook leuk hoor...en gezellig! Zo kun je bijkletsen met een kip, die naast je zit, of mag je de hele reis een fiets vasthouden. Wie wil dat nou niet?
Dalat & Mui Ne
Overvloed aan water, feeen en het einde van de wereld.
'Dalat'; een stad in de bergen, speciaal aangelegd voor de franse kolonialisten om lekker af te koelen. Dat hebben ze wel heel letterlijk genomen. Wat een koud zeikweer!
Als je poncho niet voldoende beschermde tegen de regen, kon je het water zo uit je schoenen gieten. Eigenlijk kon je beter niks aan hebben want alles werd meteen door en door nat. Dat was echter ook geen optie want de temperatuur was net zo lekker aangenaam als de gemiddelde zomer in Nederland (15°C). Brrr, zeker als je inmiddels de dubbele cijfers bent gewend.
Nog tijdens het ijskoude ontvangst, die zo welkom was als een cornetto op Antarctica, zijn we hotel na hotel binnengesprongen om te informeren naar de prijzen. In wat voor weer je namelijk ook verkeerd, je bent en blijft een low-budget backpacker...
Bij een van de hotels ben ikzelf iets te enthousiast van de beregende trap gestormd, en was dan ook bliksemsnel weer beneden. Onverwacht en niet echt de bedoeling; auw! Omdat we de bui al gauw beu waren, en niks goedkopers konden vinden hebben we uiteindelijk maar water bij de wijn gedaan.
Moegestreden door de eindeloze oorlog met de elementen, vonden we onszelf 's avonds terug in een restaurant dat gerund werd door een wel heel energieke vrouw. Gezellig druk zullen we maar zeggen, en hoewel we daar eigenlijk niet aan toe waren na een uitputtende dag, konden we toch erg genieten van haar hemelse pizza's. Zo goed zelfs dat we nog een aantal keer terug zijn geweest. Ook het nabijgelegen bakkerijtje mocht ons meermalen begroeten. Wat een lekkernijen!
De volgende dag startte pas laat, na een welverdiende uitslaapsessie, en kabbelde traag voort. Toen we 's middags nog half slaapwandelend over straat sloften, werden we opeens opgeschrikt door piepende geluiden en een doffe klap. Instinctief draaiden alle hoofden dezelfde kant op en zagen we nog net een oudere vrouw op de grond vallen. Ze was aangereden door een busje. De chauffeur stapte meteen uit, tilde de vrouw naar de kant en legde haar op de stoep. Na een paar woorden en een aai over de bol haastte hij zich weer naar zijn voertuig. Die stond namelijk nog steeds midden op de weg. De man stapte in, smeet de deur dicht, gaf vol gas en verdween om de hoek. We stonden met open mond te kijken.
Weg was ie! Verbaasd als we waren dachten we aanvankelijk dat hij even zijn busje ging parkeren, om daarna als geboren sociaal wezen het slachtoffer bij te staan. Maar nee hoor; de prioriteiten lagen duidelijk niet in de buurt bij wat wij voor ogen hadden. Belangrijker was blijkbaar de politie, en daarmee een onvermijdelijke straf en of geldboete, te ontlopen.
Als een wonder boven wonder leek de vrouw gelukkig in orde en was ze min of meer bij kennis. Aan haar lichaamstaal was wel af te lezen dat ze last had van haar nek. Maar ja, dat vind ik niet gek als je een tegenstander, die minstens 30x zoveel weegt, uitdaagt voor een stoeipartij. Dan mag je niet klagen :P
Na twee etmalen soppen was de zongebruinde huid, bij wijze van spreken, van je lichaam losgeweekt. Maar zoals het Hollandse gezegde luidt; 'na regen komt zonneschijn', en dat verstaan ze gelukkig ook in Vietnam. Op onze laatste dag in dit vakantieoord kwam het schuchtere zonnetje voorzichtig tevoorschijn. Eerst om te kijken of de donkere wolken van de tegenhanger al aan het afdruipen waren (richting Nederland). Eenmaal overtuigd van zijn verborgen krachten, werd de universele warmtelamp weer aangezet en konden we toch nog even ouderwets bakken en braden, voordat we vertrokken naar 'Mui Ne'.
Zon, zee, strand en veel minder druk als we dachten. Zal wel komen door het regenseizoen, die dit jaar verrassend genoeg heel erg plaatselijk is (Dalat). In Mui Ne overigens geen gebrek aan resorts; van budgetkamers tot 5-sterren hotels. Wel aan echtheid en identiteit. De strip langs de kust is helemaal gericht op toeristen, en dan met name Russen. Bij iedere shop staat er, naast het Vietnamees, tekst en uitleg in het cyrillisch. Het leek alsof we weer terug waren Rusland! Niks dan goeds over de Russen; ze waren er namelijk niet. Duitsers echter wel, en met een van hen hebben we samen een jeeptour geregeld.
De verouderde, duidelijk allang gepensioneerde, wagen bracht ons 's middags naar verschillende highlights. Als eerste de zogenaamde 'fairy stream'; een soort mini canyon. Sprookjesachtig was het zeker, maar er liepen iets teveel feeen rond. Konden we er maar een paar wegtoveren... Na klein-Disneyland weer het karretje ingestapt, en onderweg naar de volgende bestemming, langs de kant gestopt voor een fotosessie van het verderop gelegen 'fishing village'. Ondanks dat er een geruime afstand tussen ons en de vissenkoppen lag, was de penetrante geur al te ruiken. Wat een opluchting dat we daar niet doorheen hoefden te jakkeren. Daar zou mijn neus, die inmiddels toch al heel wat is gewend, de nodige moeite mee hebben gehad.
Na de stank achter ons te hebben gelaten puften we naar het overduidelijke hoogtepunt van de trip; de 'white sand dunes'. Een uitgestrekt surrealistisch gebied bestaande uit, zoals de naam al aangeeft, (opgestuifd) wit zand. Vanuit het juiste perspectief leek het alsof je je in de woestijn bevond. Danwel ten tijde van de Dakar rally, want de quads scheurden om je heen alsof er wat te winnen viel. Diepe zucht...
De menselijke gave om natuurschoon te gebruiken voor zinloze doeleinden, en bovendien het milieu sterk te vervuilen, is ongehoord. Ik voorspel een treurige ondergang van de mensheid. Vast ergens halverwege december; nog dit jaar, haha.
De zonsondergang heb ik in ieder geval al gezien, vanaf de 'red (eigenlijk meer yellow) sand dunes', waar op zijn zachtst gezegd nogal wat mensen op af kwamen. Einde van een 5 uur durende ervaring, waarbij je voor slechts $7 meer dan een halve dag werd 'vermaakt'. Ondanks de gebaande wegen heeft de tocht toch een unieke indruk achtergelaten. Zeker de moeite waard!
Als afsluiting van deze feestelijke dag zijn we 's avonds met z'n vieren ergens gaan dineren, alwaar we een toost hebben uitgebracht op de mensheid, en Frits z'n verjaardag (14 juli) in het bijzonder. Nogmaals van harte gefeliciteerd!
Hue, Hoi An & My Son
Op halve kracht in Hue gearriveerd. Al snel werden we voor een hotel gechartered door een aasgier op een brommer. Omdat we vantevoren vrijwel nooit weten waar we gaan overnachten, laten we ons graag op onze wenken bedienen. Scheelt een hoop moeite, en als we niet tevreden zijn met het aanbod, zoeken we gewoon even verder.
Na een kleine inspectie van de kamers in het desbetreffende hotel, en onderhandeling over de prijs, zijn we daar neergeploft. Daarna hebben we eigenlijk niet veel anders meer gedaan dan eten. En dan bedoel ik niet de hele dag door schransen natuurlijk :) Wegens energiegebrek en hitte gewoonweg geen zin en puf om van onze, nog steeds spierwitte, achterste af te komen. Ook de volgende ochtend geen 'bah' (betekent trouwens '3' in Vietnamees) kunnen zeggen en zodoende besloten om een ultieme relaxdag te houden.
Op de menukaart van het dichtstbijzijnde restaurant stond het volgende: 'waffle with banana and chocolate'. Zoals jullie misschien inmiddels al doorhebben, ben ik voor een maaltijd met banaan en chocolade wel te porren. Van het een kwam het ander, en zodoende startte ik mijn dag met de meest machtige en goedvullende wafel ooit. Oh my goodness! Heb er meer dan een uur over gedaan om het geheel achter de kiezen te krijgen. En toen was het alweer lunchtijd, haha. Die heb ik toch maar overgeslagen; mijn buikje was zo rond als Jennifer Lopez's kont. Ohoh, wat ben ik toch creatief met woorden, lol.
De volgende dag was weer eens een van constructieve aard. Voor een broodnodige visum-extensie hebben we onze paspoorten afgegeven bij een toeristenbureau, die dat voor ons ging regelen. Voor een whopping 588.000 dong (+/- 28 dollar), goedkoper konden we niet vinden, kregen we een heus stempeltje erbij. Sjongejonge, dat is makkelijk geld verdienen.
Opeens weet je het; je word 'stempelier'. Hele dag gewapend met een stempel en munitie (inkt) op papier rammen. Dat zou zomaar een typisch aziatisch voorbeeld kunnen zijn van werkverschaffing. Dat kunnen ze hier goed!
Hie dan ook; het was geld over de balk smijten of je werd het land uitgekickt. En daar waren we nog niet aan toe. Zo makkelijk komt Vietnam niet van ons af, haha.
'Je bent niet in Hue geweest als je de citadel niet hebt bezocht'. Daar ontkom je niet aan, en het was ook zeker de moeite waard. Het complex word weleens vergeleken met de 'Forbidden City' in Beijing, maar dat is wel erg vergezocht. Bovendien is het tijdens de oorlog misbruikt door de strijdkrachten, en daar zijn nog steeds sporen van te vinden.
Net buiten de citadel, toen we op een bankje wat aan het 'gebruiken' waren (geen drugs), hoorden we een enorm krakend geluid en zagen we een behoorlijk stuk boom afbreken en op straat vallen. Een aantal bikers kon de plotselinge onheil nog maar net ontwijken. Gelukkig geen gewonden gevallen of zelfs maar blikschade! Zelfs de geparkeerde bikes onder de boom kwamen er goed vanaf. Het leven ging ook na deze gebeurtenis meteen weer verder. En de halve boom die de straat grotendeels versperde...die bleef lekker liggen waar ie lag. Who cares?
De volgende ochtend de 'Thien Mu Pagoda' opgezocht; het icoon van Hue. Mooi om te zien, maar niet zo'n imposant symbool als we hadden gedacht. Direct daarna naar Hoi An, via de steile maar prachtige 'Hai Van Pass', van waaruit we geweldige views hadden op de kust en de stad 'Da Nang'.
Toen we eenmaal een nest gevonden hadden in Hoi An, en onze vleugels daar hadden uitgespreid, zijn we ieder ons eigen ding gaan doen. Heb 's ochtends vroeg de 'Japanese Covered Bridge' een blik waardig gegund, net voordat de toeristenstroom op gang kwam. Verder wat doelloos rondgestruind door het centrum (werelderfgoed); oude straten, handelskwartieren en een levendige markt. Rond het middaguur kwam ik mijn metgezellen alweer tegen; zo groot is Hoi An ;)
Laatste dag in Hoi An stond in het teken van zon, zee en strand; 'Cua Dai Beach' om precies te zijn. Ons werd afgeraden om daarheen te lopen, terwijl het maar 5 km verderop gelegen was. Onzin, dat kunnen we best bewandelen! Goed voor de benen en gezondheid. Later toch een beetje spijt van gekregen, want de zon had geen medelijden en de weg leek eindeloos door te gaan. Om iedere bocht een fata morgana die ons misleidde met veelbelovend uitziende glinsterende golven. In plaats van een verkoelende zee bleek het steeds weer heet asfalt te zijn.
Water...water... 20.000 dong; nee dank je, veel te duur. Sjok, sjok. Na teveel stappen en een gortdroge mond stonden we dan toch op het strand. Het zand was zo wit als de blanken die er lagen te bakken in de zon, gedurende het heetst van de dag. Alleen een bleekscheet is zo gek om, grotendeels ontbloot, van een brandende zon te 'genieten'. De locals die er waren zaten allemaal in de schaduw, onder de palmbomen, en dat leek ons ook het beste idee. Tegen het einde van de middag, toen de zonkracht begon af te nemen, verschenen er hordes Vietnamezen waarvan het merendeel er ook als toerist uitzag. De lokale ondernemers speelden daar slim op in door op het strand complete gaarkeukens en bijhorende zitjes neer te zetten. Het werd een drukte van jewelste, ook in zee. Dat betekende maar een ding; tijd om te gaan.
Vandaag trouwens eindelijk tijd gevonden om het boek 'The Monk Who Sold His Ferrari' uit te lezen! Meer dan 2 maanden geleden in Chengdu gekocht en ergens halverwege China aan begonnen met lezen, maar had geen kans meer gezien om de resterende pagina's te verslinden.
Hoezo vakantie? Reizen is keihard werken!
Alvorens weer zuidwaarts te trekken hebben we eerst nog even een zijroute genomen om 'My Son' te bekijken. En dat terwijl we de avond vantevoren nog aan het twijfelen waren of het wel de moeite waard zou zijn. Wat waren we verheugd toen we 's ochtends heel erg vroeg aankwamen, en vervolgens twee uur lang het complex voor ons alleen hadden! Was het overal maar zo ;)
De site was, ondanks de geringe grootte, erg indrukwekkend en vooral uniek. Gelegen in een vallei gevuld met jungle, zijn bouwwerken neergezet die uit niets meer bestaan dan bakstenen. Ik hoor jullie al zeggen; hij is niet goed wijs geworden, dat hebben we thuis toch ook. Nee, dat hebben we niet, haha. Hier werd namelijk helemaal geen substantie, a la cement, gebruikt om de zooi bij elkaar te houden! Na enkele honderden jaren staan de meeste structuren er nog steeds. Weliswaar niet meer in volle glorie, maar toch; doe dat maar eens na!
Phong Nha-Ke Bang N.P. & DMZ
'Captain's log, stardate 41153.7':
Het lijkt af en toe wel alsof we met lichtsnelheid aan het reizen zijn, zo snel gaat de tijd. Voor we het beseften waren we alweer 'gewarped' naar het 'Phong Nha-Ke Bang National Park'. Bij aankomst in het dorp 'Phong Nha' meteen onze beoogde slaapplaats, een farmstay, opgebeld om alvast zeker te zijn van een drietal bedden in een dormroom. Scheen namelijk een nogal gewilde, en in de wijde omgeving bekende, overnachtingsplaats te zijn. De weg ernaartoe leidde ons naar een sfeervol pand, ergens achteraf. Toen we de laatste bocht om waren begrepen we waarom het zo afgelegen lag. Wat een locatie zeg, en wat een timing... We kwam precies bij zonsondergang aan. Stunning views!
De eigenaren waren een stel gekke, maar behulpzame australiers, die ons van de nodige informatie over de must-see's en historie voorzagen. De australiers die ik/we tot nu toe zijn tegengekomen zijn overigens allemaal prettig gestoord. Altijd lachen met die mensen :D
Op hun aanraden hebben we de volgende dag een bezoek gebracht aan 'Paradise Cave'. Schijnbaar de mooiste grot van Vietnam, en tevens een van de langste. Al mochten toeristen slechts de eerste kilometer van het stelsel binnengaan; zo ook wij aliens. De 'aussies' waren trouwens zo gek nog niet, toen ze ons vertelden dat als je deze grot ervaren hebt, alle anderen voortaan tegenvallen. De cave was echt van een uitzonderlijke schoonheid, en door de groots- oudheid voelde je je klein. Een nietig wezentje in een immens bolwerk van energie in allerlei vormen en maten. Ontzagwekkend!
De terugweg naar de farmstay werd uitgebreid met een bezoek aan een 'Primate Center', bestaande uit een op een camelback uitziende karstformatie, waar een groot hek omheen stond. Aldaar werden apen bij elkaar gezet en bepaald gedrag aangeleerd, met de bedoeling om ze uiteindelijk in het wild weer uit te zetten. Omdat het geen toeristenbestemming was, maar een heuse research-facility, konden we natuurlijk niet daadwerkelijk het reservaat betreden; slechts eromheen wandelen. Daar was ik echter te lui voor. De kans om een aap te zien midden op de dag, in de bloedhete zon, was toch al bijzonder klein. Frits en Yannick hebben de gok wel gewaagd en kwamen, na een ietsiepietsie onderschatte tocht, zonder gewenst resultaat terug.
Een dag later zijn we naar Dong Ha afgereisd; onze basis voor het verkennen van de DeMilitarised Zone. Daar zijn we 's middags bij een, overduidelijk enige 'place to be' in het hele stadje, geland en hebben we ons laten informeren over de voormalige scheidingslijn tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Na daar de rest van de dag te hebben rondgehangen, omdat we te moe waren om ook maar iets te doen, zijn we 's avonds naar de oever van de rivier gelopen. Daar hebben we temidden van locals, die werden vermaakt met een loterij, gedineerd. Avondvullend plezier voor groot en klein. Bizar!
Het sightseeen bij/in de surrealistische DMZ begon met een bezoek aan het 'Mine Action Visitor Center', wat ingericht was als museum. Door een goed engels sprekende werknemer werden we, middels toelichtingen bij alle artefacten, wegwijs gemaakt in de turbulente jaren van de Vietnam oorlog. Zeer interessant en bovendien leerzaam. Daarna zijn we de 'Vinh Moc' tunnels, feitelijk een ondergronds dorp, gaan bezichtigen. Dat onder leiding van een onofficiele doofstomme gids, die daar ten tijde van de oorlog zou zijn geboren. En nee, dat vertelde hij ons niet zelf, maar hoorde we van de managers van de farmstay ;)
Met handen en voeten, een hele hoop mimiek en rare geluiden probeerde de man ons dingen duidelijk te maken over de ins en outs van de tunnels, terwijl hij er behendig doorheen racete. Dat kon ook makkelijk met zijn lengte, in tunnels die duidelijk niet voor Amerikanen waren gemaakt. Meestal dachten we te begrijpen wat hij bedoelde, maar soms leek het wel 'Klingon'.
Beam me up, Scotty! Naar 'Hue' graag; en snel een beetje.